Civiel recht overig

Huurzaak woonruimte. Ambtshalve toetsing. Richtlijn 93/13 EG (Richtlijn oneerlijke bedingen).

Rechtbank Amsterdam, 26 maart 2026

Zaakgegevens

Op 26 maart 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
26 maart 2026
Datum publicatie
7 april 2026
Zaaknummer
12070408 CV EXPL 26-1003
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:3388
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Huurzaak woonruimte. Ambtshalve toetsing. Richtlijn 93/13 EG (Richtlijn oneerlijke bedingen).

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 12070408 CV EXPL 26-1003

vonnis van: 26 maart 2026

fno.: 506

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap Tijdelijk Wonen Amsterdam B.V.

statutair gevestigd te Amsterdam

eisende partij

gemachtigde: mr. [gemachtigde] (IP Nederland Incasso & Juristen)

t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

niet verschenen

Verloop van de procedure

Eisende partij heeft gedaagde partij gedagvaard. Gedaagde partij is niet verschenen. Tegen gedaagde partij is verstek verleend. De datum voor vonnis is bepaald op vandaag.

Gronden van de beslissing

Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening

1. Eisende partij vordert in deze zaak onder andere ontbinding van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. Voor toewijzing van een dergelijke vordering moet er zijn voldaan aan het bepaalde in artikel 2 van het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.

2. Ten aanzien van de vraag of is voldaan aan het bepaalde in artikel 2 van het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening overweegt de kantonrechter het volgende. Eisende partij heeft als productie 6 bij dagvaarding een aanmelding bij de gemeente van 21 maart 2025 overgelegd. Op de betreffende aanmelding staat onder het kopje Persoon bij Naam (Naam onbekend). Bij de geboortedatum staat daarnaast een onjuiste geboortedatum ( [geboortedatum] 1999) vermeld. Zonder nadere toelichting die ontbreekt, kan niet worden vastgesteld dat de overgelegde aanmelding bij de gemeente ziet op de aanmelding van gedaagde partij.

3. Gelet op het voorgaande wordt eisende partij eenmaal in de gelegenheid gesteld om bij akte hierover een nadere toelichting te geven, danwel een nieuwe aanmelding van gedaagde partij bij de gemeente te doen en een afschrift daarvan in het geding te brengen.

4. Tevens stelt de kantonrechter vast dat eisende partij in de dagvaarding geen standpunt heeft ingenomen omtrent de (on)eerlijkheid van de bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn c.q. kunnen worden gelegd. Daartoe zal zij, bij wijze van uitzondering, nog eenmaal in de gelegenheid voor worden gesteld.

5. De zaak wordt hiervoor verwezen naar de rol over vier weken.

6. Eisende partij dient een kopie van haar akte, inclusief dit vonnis, ten minste twee weken vóór de hierna te bepalen rolzitting aan de gedaagde partij toe te sturen. Daarbij dient eisende partij aan gedaagde partij mee te delen dat gedaagde partij op die akte mag reageren of daarvoor uitstel mag vragen, en op welke wijze dat kan: mondeling door verschijning op de rolzitting of schriftelijk, in welk geval dit stuk uiterlijk op de laatste werkdag voorafgaand aan de rolzitting door de rechtbank moet zijn ontvangen. Eisende partij dient in dat kader niet alleen de akte, maar ook de hiervoor bedoelde mededeling/brief aan gedaagde partij in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en met de juiste mededeling aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze akte in beginsel buiten beschouwing gelaten.

Beslissing

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rolzitting van 23 april 2026 om 10:00 uur voor het nemen van een akte door eisende partij als hierboven omschreven;

bepaalt dat eisende partij de akte tenminste twee weken vóór deze rolzitting aan gedaagde partij moet sturen, zoals hiervoor is bepaald;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Brokkaar, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.