Civiel recht overig

verstek, ambtshalve toetsing, afwijzing vordering. Overgelegd zijn algemene voorwaarden met alleen…

Rechtbank Amsterdam, 7 april 2026

Zaakgegevens

Op 7 april 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
7 april 2026
Datum publicatie
8 april 2026
Zaaknummer
12132436
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:3503
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

verstek, ambtshalve toetsing, afwijzing vordering. Overgelegd zijn algemene voorwaarden met alleen printdatum. Niet vastgesteld kan worden of deze versie van de algemene voorwaarden van toepassing is op de overeenkomst. Dit geldt temeer nu het de kantonrechter ambtshalve bekend is dat Bol.com in het verleden een andere versie van deze algemene voorwaarden hanteerde.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12132436 \ CV EXPL 26-3513

Vonnis van 7 april 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap BOL.COM B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eisende partij,

gemachtigde: GGN Mastering Credit Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 24 februari 2026, met producties,

- het tegen gedaagde partij verlenen verstek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Eisende partij is een handelaar en gedaagde partij een consument, zodat ambtshalve moet worden getoetst aan het consumentenrecht.

2.2.

De overeenkomsten met een externe verkoper zijn gesloten op 21 maart 2023, 30 maart 2023 en 1 april 2023. Op de algemene voorwaarden die zijn overgelegd voor aankopen bij een externe verkoper staat geen datum of jaartal vermeld, slechts de (print)datum van 23 april 2025. Gevolg hiervan is dat niet kan worden vastgesteld dat de overgelegde algemene voorwaarden op onderhavige overeenkomsten van toepassing waren. Dit geldt temeer nu het de kantonrechter ambtshalve bekend is dat eisende partij in het verleden een andere versie van deze algemene voorwaarden hanteerde.

2.3.

Zo stond voorheen bijvoorbeeld in artikel 6 lid 3:

“Indien de Klant niet tijdig aan zijn betalingsverplichting(en) voldoet, is deze, nadat hij door bol.com is gewezen op de te late betaling en bol.com de Klant een termijn van 14 dagen heeft gegund om alsnog aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, na het uitblijven van betaling binnen deze 14-dagen-terwmijn, over het nog verschuldigde bedrag een vertragingsrente en/of administratiekosten verschuldigd, alsmede de incassokosten, onverminderd de bevoegdheid van bol.com om de daadwerkelijk gemaakte buitengerechtelijke incassokosten te vorderen.”.

Nu staat er:

“Indien …. over het nog verschuldigde bedrag de wettelijke rente verschuldigd en is bol.com gerechtigd de door hem gemaakte buitengerechtelijke incassokosten in rekening te brengen. Deze incassokosten bedragen maximaal: 15% over openstaande bedragen tot € 2.500,=; 10% over de daaropvolgende € 2.500,= en 5% over de volgende € 5.000,= met een minimum van € 40,=. Bol.com kan ten voordele van de Klant afwijken van genoemde bedragen en percentages.”.

Wanneer en op welke onderdelen de algemene voorwaarden zijn gewijzigd, heeft eisende partij niet gesteld.

2.4.

Geoordeeld wordt dan ook dat eisende partij de voor de beoordeling van belang zijnde feiten niet volledig c.q. niet naar waarheid heeft aangevoerd, waardoor het ambtshalve onderzoek door de kantonrechter niet kan worden uitgevoerd. Eisende partij heeft dan ook niet voldaan aan haar stelplicht. Dat leidt tot afwijzing van de vordering op grond van artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

2.5.

Eisende partij wordt bij deze uitkomst als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij, die worden begroot op nihil.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst de vordering af,

3.2.

veroordeelt eisende partij in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026.

519