Civiel recht overig

Voor de vraag of gedaagde een consument is heeft de kantonrechter eiser Billink Finance gevraagd om te…

Rechtbank Amsterdam, 10 juli 2026

Zaakgegevens

Op 10 juli 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
10 juli 2026
Datum publicatie
13 juli 2026
Zaaknummer
11878778 \ CV EXPL 25-12576
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:7093
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voor de vraag of gedaagde een consument is heeft de kantonrechter eiser Billink Finance gevraagd om te onderbouwen met welk doel de overeenkomst tussen de gedaagde en de webwinkel Bevredigend.nl is aangegaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11878778 \ CV EXPL 25-12576

Vonnis van 10 juli 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap BILLINK FINANCE B.V.,

gevestigd te Gouda,

eisende partij,

gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,

tegen

[gedaagde] ,

wonende en zaakdoende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

niet verschenen.

1 Verder verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 april 2026
- de akte van eisende partij, met producties.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Eisende partij heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van de dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

2.2.

Bij tussenvonnis is eisende partij in de gelegenheid gesteld nader te onderbouwen met welk doel de overeenkomst tussen gedaagde partij en de webwinkel Bevredigend.nl is aangegaan, omdat niet uit te sluiten is dat gedaagde partij de overeenkomst is aangegaan als consument.

2.3.

Bij akte heeft eisende partij het volgende gesteld en onderbouwd met stukken. Het begrip consument zal worden uitgelegd aan de hand van een functioneel criterium: bepalend is of dat de contractuele band deel uitmaakt van activiteiten die iets te maken hebben met de uitoefening van een beroep of bedrijf. Gedaagde partij is aantoonbaar actief als ondernemer. Gedaagde partij beschikt over bedrijfsprofielen op Instagram en Facebook, waaruit haar bedrijfsactiviteit blijkt. Gedaagde partij heeft vier artikelen gekocht, elk in een hoeveelheid van één exemplaar. Dit is verricht als bedrijfsuitoefening van gedaagde partij, meer in het bijzonder als steekproef en assortimentsoriëntatie. In de mode- en lifestyle branche is de grens tussen kleding, ondergoed, lingerie en erotische artikelen gradueel van aard. Producten zoals bodysuits, erotische lingerie en vergelijkbare artikelen worden door online modeplatformen, waaronder Zalando, aangeboden binnen dezelfde categorie als reguliere mode en kleding, aldus eisende partij.

2.4.

Volgens productie 5 betreft [gedaagde] “Men’s Ethnic Wear”. Niet valt in te zien dat Libido Boost Babydoll, Honey Bunny Mini-jurkje, opengewerkte leggings, Backdoor Anal Lubricant and Massage Gel, Realistic Dildo with Balls en Pleasure Kit – Vibrator with Different Attachments voor die onderneming zijn ingekocht. Eisende partij heeft dan ook onvoldoende concreet gesteld dat bovenstaande producten zijn gekocht voor overwegend zakelijke doeleinden.

2.5.

Het moet er daarom voor worden gehouden dat gedaagde partij de overeenkomst als consument is aangegaan, zodat ambtshalve moet worden getoetst aan het consumentenrecht.

2.6.

Nu eisende partij heeft nagelaten gemotiveerd te stellen dat de webwinkel Bevredigend.nl heeft voldaan aan haar informatieplichten, wat wel op haar weg had gelegen gelet op het tussenvonnis, heeft eisende partij het de kantonrechter onmogelijk gemaakt om ambtshalve te toetsen. Daarmee is niet voldaan aan de stelplicht. Dat leidt tot afwijzing van de vordering.

2.7.

Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op nihil.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

wijst de vorderingen van eisende partij af,

3.2.

veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.

519