Civiel recht overig

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. Minderjarige zal gaan…

Rechtbank Amsterdam, 25 juni 2026

Zaakgegevens

Op 25 juni 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
25 juni 2026
Datum publicatie
20 juli 2026
Zaaknummer
C/13/784750 / JE RK 26-206
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:7383
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. Minderjarige zal gaan opgroeien op Curaçao. Zaak zal daarom overgedragen moeten worden aan de bevoegde autoriteiten op Curaçao. De kinderrechter verwacht dat deze hier welwillend tegenover zullen staan, gelet op het belang van een goede start van de minderjarige op Curaçao.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/13/784750 / JE RK 26-206

Datum uitspraak: 25 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming regio Amsterdam,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. N. Bevelander uit Amsterdam.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • de beschikking van 21 april 2026;

  • de brief met bijlage van de GI aan de rechtbank, ontvangen op 8 juni 2026.

1.2.

Op 25 juni 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de advocaat van de moeder;

- [naam], namens de GI.

1.3.

Moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

1.4.

De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hier geen gebruik van gemaakt.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

2.2.

[de minderjarige] verblijft sinds december 2024 bij tante (mz) in [plaats].

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

Bij beschikking van 21 april 2026 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling verlengd voor de duur van een jaar, te weten tot 14 mei 2027. Ook heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor een periode van drieënhalve maand, te weten tot 1 juli 2026. Het meer verzochte (de periode tot 14 mei 2027) is aangehouden en ligt thans ter beoordeling voor.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter is van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding.
Alle partijen zijn het erover eens dat [de minderjarige] bij zijn oma op Curaçao zal gaan opgroeien. Moeder heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek, wat maakt dat het verzoek van de GI voor toewijzing gereed ligt. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen tot 14 mei 2027.
5.2. [de minderjarige] en oma zullen begin augustus naar Curaçao verhuizen. Het is dan ook van belang dat de zaak wordt overgedragen aan de bevoegde autoriteiten op Curaçao. De GI heeft inmiddels een verzoek ingediend bij het Gemeenschappelijk Hof om de maatregel te laten uitvoeren door de Uitvoeringsinstantie Justitiële Zorg (hierna: UOJZ). De kinderrechter verwacht dat de UOJZ hier welwillend tegenover zal staan, gelet op het belang van een goede start van [de minderjarige] op Curaçao.

4.3.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een pleeggezin tot 14 mei 2027;

5.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026 door

mr. M.E.A. Nijssen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.A. Diederen als griffier, en op schrift gesteld op 9 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 1:265c, tweede lid, BW.