Civiel recht overig
Kort geding. Verzet na verstekvonnis. Verzet is tijdig ingesteld, maar de verzetdagvaarding geeft geen…
Rechtbank Amsterdam, 23 juli 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:7743 · Rechtbank Amsterdam · 23 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2026-7743
Zaakgegevens
Op 23 juli 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 23 juli 2026
- Datum publicatie
- 29 juli 2026
- Zaaknummer
- C/13/789127
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. D Rezaie, mr. M.R.P. Hoppenbrouwers
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:7743
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Verzet na verstekvonnis. Verzet is tijdig ingesteld, maar de verzetdagvaarding geeft geen aanleiding tot gegrondverklaring van het verzet. De (gewijzigde) eis van oorspronkelijke eiser is toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/789127 / KG ZA 26-494 MK/KH
Vonnis in verzet kort geding van 23 juli 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij in verzet bij dagvaarding van 12 juni 2026,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. D. Rezaie,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij in het verzet,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. M.R.P. Hoppenbrouwers.
1 De procedure
Op de zitting van 2 juli 2026 waren aanwezig partijen met hun advocaten. [eiser] heeft de vorderingen in de verzetdagvaarding toegelicht. [gedaagde] heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening en bij akte zijn eis in de oorspronkelijke dagvaarding van 15 april 2026 gewijzigd. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht en namens [gedaagde] is een pleitnota voorgedragen. Vonnis was bepaald op 16 juli 2026, maar is uitgesteld naar vandaag.
2 De feiten
Partijen zijn getrouwd geweest. Uit de relatie is [minderjarige] geboren op [geboortedag] 2018.
Bij beschikking van 17 januari 2024 heeft deze rechtbank de echtscheiding uitgesproken. Onderdeel van de te verdelen gemeenschap was de echtelijke woning van partijen aan de [adres] (hierna: de echtelijke woning) en een appartement in [plaats 1] , Marokko. Ten aanzien van de echtelijke woning is onder meer het volgende beslist:
“5.14. gelast de wijze van verdeling van de woning gelegen aan de [adres]
als volgt:
- bepaalt dat de woning uiterlijk vier maanden na heden, derhalve 17 april 2024, te koop
zal moeten worden aangeboden;
- bepaalt dat de verkoop van de woning aan een derde geschiedt door middel van een
opdracht aan de makelaar;
- bepaalt dat, indien partijen niet binnen twee maanden na heden gezamenlijk een
makelaar opdracht hebben gegeven tot verkoop, de man [ [gedaagde] , vzr] drie mogelijke makelaars kiest en de vrouw binnen een week nadat de man deze drie personen heeft gekozen daaruit één kiest. Indien de vrouw [ [eiser] , vzr] niet binnen een week daarna een keus heeft gemaakt, maakt de man de keus. Daarna is ieder van hen afzonderlijk, mede namens de andere partij bevoegd tot het verstrekken van de opdracht aan de gekozen makelaar tot verkoop van de woning;
- bepaalt dat, indien partijen niet binnen twee weken na de opdrachtverlening erin slagen
gezamenlijk de vraagprijs te bepalen, de makelaar een door hem/haar vast te stellen
bindende marktconforme vraagprijs bepaalt;
- bepaalt dat partijen in overleg met de makelaar de verkoopovereenkomst aangaan met
degene die de hoogste prijs biedt, indien en voor zover die prijs volgens beide partijen,
gezien de onroerendgoedmarkt ter plaatse en de kwaliteit van de woning, de best
mogelijke prijs is. In het geval partijen het niet eens kunnen worden over de vraag of een aanbod de best mogelijke prijs is, zal de makelaar die naar beste weten en kunnen
bindend bepalen;
- bepaalt dat als de verkooprijs bindend is vastgesteld beide partijen verplicht zijn hun
medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning aan derden;
- bepaalt dat de hypothecaire geldlening bij gelegenheid van de eigendomsoverdracht zal
worden afgelost uit de verkoopopbrengst van de woning, waarbij ook een eventuele aan
de lening verbonden spaarrekening wordt betrokken;
- bepaalt dat de netto-verkoopopbrengst tussen partijen bij helfte moet worden gedeeld,
dan wel dat ieder van partijen de helft van de restschuld zal dragen;
- bepaalt dat iedere partij bij overdracht aan een derde gehouden is de helft van de kosten
van de makelaar, de notaris en de overige kosten ter zake van de verkoop en levering te
dragen;
- bepaalt dat deze beschikking voor zover vereist in de plaats zal treden van de door
partijen vereiste wilsverklaring/medewerking/handtekening voor wat betreft de
verkoopopdracht respectievelijk verkoopovereenkomst en de notariële levering;”
In hoger beroep heeft hof Amsterdam bij beschikking van 29 oktober 2024 ten aanzien van het appartement in Marokko het volgende beslist:
“4.3. gelast de wijze van verdeling van het appartement (…) in de stad [plaats 1] (Marokko) (…) en de inboedel in dit appartement als volgt:
- partijen dienen binnen twee maanden na dagtekening van deze uitspraak de actuele waarde vrij van huur en gebruik van het appartement en de waarde van de inboedel te laten bepalen door een taxateur aan te wijzen door partijen samen en bij gebreke van overeenstemming door maître Mohamed Choukri Reghai, ten tijde van de verkrijging van het appartement door de vrouw notaris in Berkane, dan wel door diens opvolger;
- voor het geval blijkt dat de vrouw niet binnen twee maanden na dagtekening van deze uitspraak heeft meegewerkt aan de bepaling van de actuele waarde van het appartement en de inboedel door de gezamenlijk dan wel door de notaris aan te wijzen taxateur zal toedeling van het appartement en de inboedel geschieden tegen een waarde van
€ 120.000;
- partijen dienen vervolgens binnen twee weken nadat de uitkomst van de taxatie aan hen is meegedeeld door de taxateur dan wel nadat is gebleken dat geen waardebepaling door een taxateur heeft plaatsgehad omdat de vrouw daaraan niet heeft meegewerkt over te gaan tot de toedeling van het appartement en de inboedel aan de vrouw;
- de vrouw dient ter gelegenheid van deze toedeling aan de man de overwaarde (de helft van de getaxeerde waarde van het appartement en de inboedel dan wel de helft van
€ 120.000) te betalen via de rekening van de notaris;”
[eiser] is bij uitvoer bij voorraad verklaard verstekvonnis van 7 mei 2026 (hierna: het verstekvonnis) in het kort veroordeeld tot (i) ontruiming van de echtelijke woning met afgifte van de sleutels aan [gedaagde] en (ii) tot betaling aan [gedaagde] van een bedrag van € 60.000 voor de toedeling aan haar van het appartement in Marokko.
Uit een door [gedaagde] overgelegd proces-verbaal van ontruiming van een gerechtsdeurwaarder van 5 juni 2026 blijkt dat het verstekvonnis aan [eiser] is betekend per deurwaardersexploot van 13 mei 2026. Verder blijkt uit het proces-verbaal dat ontruiming heeft plaatsgevonden, dat de sloten van het ontruimde perceel zijn vervangen en dat de sleutels door de deurwaarder zijn afgegeven aan [gedaagde] .
3 Het geschil
[gedaagde] vordert na eiswijziging om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
I. primair: [eiser] te veroordelen om de echtelijke woning uiterlijk binnen drie dagen na betekening van dit vonnis en met alle zich daarin bevindende eigendommen en personen te verlaten en de sleutels van de algemene toegangsdeur, de voordeur van de woning, de berging en de postbus ter beschikking van [gedaagde] te stellen,
II. subsidiair: [eiser] op straffe van een dwangsom te veroordelen om gedurende een periode van 3 maanden en te rekenen vanaf 3 dagen na betekening van dit vonnis, BEN IJburg, althans een vertegenwoordiger van dit makelaarskantoor, op doordeweekse dagen iedere ochtend van 10.00-12.00 uur en van 14.00-17.00 uur in staat te stellen de echtelijke woning met potentiële kopers te bezichtigen en te bepalen dat de woning gedurende die tijd volledig is opgeruimd, de bekladde muren (dekkend) zijn geschilderd en de twee kapotte deuren zijn vervangen en [eiser] en/of [minderjarige] en/of eventuele derden gedurende deze dagen en tijdvakken niet in de echtelijke woning aanwezig zijn,
III. (naar de voorzieningenrechter begrijpt) ook subsidiair: [eiser] op straffe van een dwangsom te veroordelen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis aan [gedaagde] de sleutels van de algemene toegangsdeur van het appartementencomplex, waartoe de echtelijke woning behoort, de toegangsdeur van de echtelijke woning, de berging en de postbus ter hand te stellen,
IV. in alle gevallen: [eiser] te veroordelen om aan [gedaagde] een bedrag van € 60.000 te betalen, te vermeerderen met de hierover verschuldigde wettelijke rente, en te bepalen dat betaling in ieder geval kan plaatsvinden door dit bedrag te verrekenen met/in mindering strekt op het door [eiser] te ontvangen bedrag uit de overwaarde van verkoop van de echtelijke woning;
V. in alle gevallen: [eiser] te veroordelen in de proceskosten.
[gedaagde] legt aan de vorderingen ten grondslag dat [eiser] al sinds april 2024 gehouden is mee te werken aan de verkoop van de woning in [plaats 2] maar dit niet doet. De woning is inmiddels wel ontruimd, maar een deel van de door [eiser] aan [gedaagde] af te geven sleutels ontbreekt nog. Ook heeft [eiser] de betaling van de overbedelingsvordering ten aanzien van het appartement in Marokko nog niet gedaan, terwijl zij daartoe op grond van het door het hof bepaalde spoorboekje is veroordeeld.
[eiser] vordert bij de verzetdagvaarding om, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, haar te ontheffen van de tegen haar uitgesproken veroordelingen in het verstekvonnis, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
[gedaagde] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.
4 De beoordeling
Voordat de voorzieningenrechter toekomt aan de inhoudelijke behandeling, moet worden beoordeeld of [eiser] ontvankelijk is in het verzet. [gedaagde] bestrijdt dat.
Artikel 143 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat het verzet wordt gedaan bij exploot van dagvaarding binnen vier weken na de betekening van het vonnis aan gedaagde in persoon of na het plegen door gedaagde van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis aan hem bekend is.
De voorzieningenrechter maakt uit het proces-verbaal van ontruiming van 5 juni 2026 op dat het vonnis bij deurwaardersexploot van 13 mei 2026 aan [eiser] is betekend. Niet is duidelijk geworden of dit een betekening in persoon was. [eiser] heeft ter zitting bevestigd, zoals ook in de verzetdagvaarding opgenomen, dat zij eerst op 15 mei 2026 (twee dagen na betekening) via de deurwaarder bekend is geraakt met het vonnis. [gedaagde] heeft dat betwist maar verder niet toegelicht dat of waarom van een eerdere termijn moet worden uitgegaan. Bij deze stand van zaken is de verzettermijn gaan lopen vanaf 15 mei 2026. [eiser] is op 12 juni 2026 in verzet gekomen. Dat is (net) binnen de daarvoor geldende termijn van vier weken. Zij is dan ook ontvankelijk in het verzet.
De primaire vordering van [gedaagde] ten aanzien de echtelijke woning wordt toegewezen. Daartoe geldt het volgende.
Vaststaat dat met de beschikking van deze rechtbank en de beschikking van hof Amsterdam (zie 2.2 en 2.3; inmiddels in kracht van gewijsde) de echtelijke woning verkocht moet worden en [eiser] daaraan mee moet werken. Ook staat vast dat zij dat niet doet. De argumenten die zij heeft aangevoerd die zouden moeten maken dat zij niet (meer) gehouden is om mee te werken gaan niet op. De huidige financiële situatie van [gedaagde] zijn niet bepalend voor het wel of niet mee moeten werken door [eiser] aan de beschikkingen. De verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap staat vast en daar dient [eiser] aan mee te werken, ten aanzien van de echtelijke woning al sinds april 2024. [gedaagde] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de overwaarde van de echtelijke woning nodig heeft om in zijn huisvesting te kunnen voorzien, zodat zijn spoedeisend belang aanwezig is. Bovendien is het tot verdeling van een ontbonden huwelijksgoederengemeenschap komen in zijn algemeenheid een voldoende spoedeisend belang. Van een reëel risico dat [minderjarige] dakloos wordt is ook niet gebleken. [eiser] verblijft op dit moment elders bij familie met [minderjarige] – de echtelijke woning is als gevolg van het verstekvonnis inmiddels ontruimd – en [eiser] heeft onvoldoende aangevoerd om te kunnen concluderen dat, mocht [eiser] tijdelijk geen onderdak meer hebben, [minderjarige] niet bij [gedaagde] kan verblijven. Nu [eiser] al langere tijd niet meewerkt aan de verkoop is een ontruiming van de echtelijke woning met afgifte van alle sleutels passend en geboden.
Ter zitting is gebleken dat [eiser] het slot van de postbus heeft vervangen en nog een van de twee tags van de algemene toegangsdeur in bezit heeft. Die moeten ook worden afgegeven. Voor zover er nog meer sleutels zijn die behoren bij de echtelijke woning, moeten ook die worden afgegeven. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat [gedaagde] de post zal doorzenden naar [eiser] zolang haar post nog bij de echtelijke woning wordt bezorgd, zoals toegezegd door hem ter zitting. Daartoe moet zij wel haar adres bekend maken.
Alhoewel de echtelijke woning inmiddels is ontruimd zal de primaire vordering, gelet op de sleutels die nog in het bezit van [eiser] zijn, in zijn geheel worden toegewezen.
De vordering tot betaling van € 60.000 voor het appartement in Marokko zal ook worden toegewezen. Uit de beschikking van hof Amsterdam van 29 oktober 2024 volgt dat partijen twee maanden de tijd hebben gekregen een andere waarde te laten vaststellen dan de € 120.000 waar [gedaagde] vanuit ging (en die leidt tot een vordering van € 60.000). Die tijd is inmiddels ruim verstreken. De beschikking voorziet erin dat, in het geval [eiser] binnen deze termijn niet heeft meegewerkt, de waarde van € 120.000 zal gelden. In hetgeen [eiser] heeft aangevoerd, waaronder wat de rol van een notaris is in Marokko en wat in hoger beroep is aangevoerd, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding af te wijken van wat het hof heeft beslist. Kort en goed lag het op de weg van [eiser] om stappen te ondernemen een andere (lagere) waarde vast te laten stellen. Daarvan is onvoldoende gebleken.
Voor gegrondverklaring van het verzet bestaat gelet op het voorgaande inhoudelijk geen grond. De veroordelingen van het verstekvonnis behoeven echter, gelet op de eiswijziging, wel enige aanpassing. Om misverstanden te voorkomen zal het verstekvonnis (op formele gronden) worden vernietigd en het gehele dictum opnieuw worden uitgeschreven.
In afwijking van de tussen ex-partners gebruikelijke kostencompensatie, zal [eiser] worden veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde] . Aanleiding daarvoor is dat zij – ondanks eerdere veroordelingen daartoe – niet (volledig) meewerkt aan de verdeling van de gemeenschap. [eiser] moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
|
- dagvaardingen |
€ |
323,13 |
|
|
- griffierecht |
€ |
93,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
1.177,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.782,13 |
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
vernietigt het verstekvonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 7 mei 2026 onder zaaknummer C/13/785910 / KG ZA 26-264, en opnieuw rechtdoende:
veroordeelt [eiser] om drie dagen na betekening van dit vonnis de
woning aan de [adres] te ontruimen met alle daarin
aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van de man zijn, en de sleutels van de algemene toegangsdeur van het appartementencomplex, waartoe de woning aan de [adres] behoort, de toegangsdeur van de woning, de berging en de postbus aan [gedaagde] te geven,
veroordeelt [eiser] om aan [gedaagde] een bedrag van € 60.000 te betalen voor de
toedeling aan haar van het appartement en de inboedel in [plaats 1] , Marokko, te vermeerderen
met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf de dag van dit
vonnis tot de dag van volledige betaling, waarbij betaling in ieder geval kan plaatsvinden
door verrekening met het door [eiser] te ontvangen bedrag uit de overwaarde van de
verkoop van de echtelijke woning,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.782,13, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Hogeman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026. |
||