Civiel recht overig

Benoeming vereffenaar nalatenschap op verzoek van de Staat, art. 4:204 lid 1 sub a BW.

Rechtbank Amsterdam, 23 juli 2026

Zaakgegevens

Op 23 juli 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
23 juli 2026
Datum publicatie
6 augustus 2026
Zaaknummer
C/13/786165
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. S.J. van Baasbank.
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:7933
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Benoeming vereffenaar nalatenschap op verzoek van de Staat, art. 4:204 lid 1 sub a BW.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer / rekestnummer: C/13/786165 / HA RK 26-123

Beschikking van 23 juli 2026

in de zaak van

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

te Den Haag,

verzoekster,

hierna te noemen: De Staat,

advocaat: mr. S.J. van Baasbank.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen ter griffie op 7 april 2026.

1.2.

De beschikking is bepaald op vandaag. De Staat is van deze beschikkingsdatum op de hoogte gebracht.

2 De feiten

2.1.

Op 19 juli 2024 is [erflater] (hierna: erflater), geboren in [geboorteplaats] , Afghanistan op [geboortedag] 1947, overleden in [woonplaats] . Zijn laatste woonplaats was [woonplaats] .

2.2.

Erflater heeft niet in een testament over zijn nalatenschap beschikt.

3 Het verzoek

3.1.

De Staat verzoekt de rechtbank om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, het Rijksvastgoedbedrijf te benoemen tot vereffenaar van de nalatenschap van erflater.

3.2.

De Staat baseert haar verzoek op artikel 4:204 lid 1 sub a Burgerlijk Wetboek, waarbij zij als belanghebbende de rechtbank kan verzoeken een vereffenaar te benoemen. Erflater heeft namelijk, blijkens erfgenamenonderzoek, geen erfgenamen achtergelaten en zijn nalatenschap is vooralsnog onbeheerd gebleven.

4 De beoordeling

4.1.

In artikel 4:204 lid 1 BW is bepaald dat, als een nalatenschap niet beneficiair is aanvaard, de rechtbank een vereffenaar kan benoemen. Dit kan op verzoek van een belanghebbende, als er geen erfgenamen zijn, of als niet bekend is of er erfgenamen zijn of als de nalatenschap niet door een executeur wordt beheerd, en de erfgenamen die bekend zijn haar geheel of ten dele onbeheerd laten (sub a).

4.2.

Uit het verzoekschrift blijkt dat aan deze eisen is voldaan en het verzoek zal dan ook worden toegewezen.

4.3.

Op 20 februari 2026 heeft U.M.H. Hoedemaekers als vertegenwoordiger van het Rijksvastgoedbedrijf verklaard dat het Rijksvastgoedbedrijf bereid is om als vereffenaar van de nalatenschap op te treden.

4.4.

De rechtbank ziet aanleiding om deze beschikking op de voet van artikel 288 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

benoemt

het Rijksvastgoedbedrijf,

kantoorhoudende te [adres]

,

tot vereffenaar van de nalatenschap van:

[erflater] ,

geboren te [geboorteplaats] , Afghanistan, op [geboortedag] 1947,

met als laatste woonplaats [woonplaats] ,

overleden op 19 juli 2024 te [woonplaats] ,

5.2.

draagt de griffier op de benoeming van deze vereffenaar onverwijld in het boedelregister in te schrijven,

5.3.

draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant,

5.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Huber, rechter, bijgestaan door mr. Z.A. Mees, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026.