Civiel recht overig

Proces-verbaal mondeling vonnis. Incassobedrijf vordert bedragen van een eenmanszaak. De eenmanszaak die het…

Rechtbank Amsterdam, 12 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 12 augustus 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Datum publicatie
17 augustus 2026
Zaaknummer
12165994 \ CV EXPL 26-4918
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:8219
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Proces-verbaal mondeling vonnis. Incassobedrijf vordert bedragen van een eenmanszaak. De eenmanszaak die het incassobedrijf inschakelde voor een onbetaald gelaten factuur, mocht uit het stopzetten van de dienstverlening door het incassobedrijf vanwege wanbetaling opmaken dat de overeenkomst werd opgezegd. Vordering van het incassobedrijf afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12165994 \ CV EXPL 26-4918

991

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 12 augustus 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INCASSOCENTER B.V.,

gevestigd te Den Haag,

eisende partij,

hierna te noemen: Incassocenter,

gemachtigde: mr. S.K. Tuithof,

tegen

[gedaagde], handelende onder de naam [bedrijf],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.

De zaak wordt behandeld door mr. L. van Berkum, kantonrechter, bijgestaan door

mr. S. Homringhausen als griffier.

Aanwezig zijn [naam 1] namens Incassocenter en [gemachtigde] namens [gedaagde] (met machtiging).

Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1. De beoordeling

1.1.

Tussen partijen is op 22 juni 2020 een bedrijfsmatige overeenkomst tot stand gekomen, genaamd ‘Serviceovereenkomst Incasso’, op grond waarvan Incassocenter een vordering van de eenmanszaak van [gedaagde] ten bedrage van € 3.880,- op een derde zou gaan incasseren, tegen een jaarbijdrage van € 393,25. Dit bedrag heeft [gedaagde] aan Incassocenter betaald.

1.2.

Uit de overeenkomst volgt dat wordt gewerkt op basis van no cure no pay. Verder staat er in de bevestiging dat de dossierkosten en behandelingskosten € 0,00 bedragen. In de op de overeenkomst van toepassing verklaarde algemene voorwaarden staat dat de overeenkomst na een jaar stilzwijgend wordt verlengd en dat als incassowerkzaamheden worden verricht in het kader van een gerechtelijke procedure, er dan kosten in rekening kunnen worden gebracht. Verder staat in de voorwaarden bij de overeenkomst: “In geval het minnelijke incassotraject niet leidt tot betaling ontvangt u een advies met betrekking tot vervolgstappen en eventuele kosten hiervoor. U beslist vervolgens zelf of u deze vervolgstappen wil nemen. (…) Mocht u besluiten om de opdracht verder te zetten dan gelden in dat geval de voorwaarden uit deze overeenkomst, omtrent incasso, deelincasso of annulering van uw zaak.”

1.3.

Incassocenter stelt dat de overeenkomst na een jaar stilzwijgend is verlengd, waardoor [gedaagde] opnieuw € 393,25 verschuldigd was. Doordat [gedaagde] voornoemd bedrag voor de verlenging niet betaalde is hij verder volgens Incassocenter ingevolge artikel 9.3 van de algemene voorwaarden daarnaast 15% commissie verschuldigd over de incasso-opdracht vermeerderd met € 25,- aan dossierkosten, te weten (15% van € 3.880 + € 25,- + 21% btw =) € 734,47.

1.4.

[gedaagde] betwist dat hij de gevorderde bedragen verschuldigd is en voert daartoe onder meer aan dat na 2020 helemaal geen incassowerkzaamheden meer voor hem zijn verricht. Hij heeft daartoe de e-mailwisseling tussen partijen in december 2020 overgelegd. Daaruit blijkt dat Incassocenter [gedaagde] op 24 december 2020 heeft aangemaand voor een in rekening gebracht bedrag van € 802,04 voor het opstarten van een procedure. Daarop heeft [gedaagde] gereageerd dat dit niet de afspraak was, hij met [naam 2] heeft besproken dat hij erover mocht nadenken of er verdere stappen gezet moesten worden en dat hij vervolgens nimmer akkoord heeft gegeven voor verdere stappen.

1.5.

Uit het e-mailbericht van 26 december 2020 volgt weliswaar dat Incassocenter van oordeel is dat [gedaagde] € 200,- in mindering op het in rekening gebrachte bedrag heeft betaald en dat daaruit volgt dat hij wel akkoord is gegaan met gerechtelijke stappen, maar tegenover de uitdrukkelijke betwisting van [gedaagde] kan enkel op grond daarvan niet worden geconcludeerd dat dat zo is. Daartoe had Incassocenter concreet moeten stellen en bewijzen dat en wanneer hij dan heeft betaald en welke werkzaamheden daar tegenover zouden staan. Dat heeft zij niet gedaan. Bovendien had het dan voor de hand gelegen dat ook deze factuur in deze procedure gevorderd zou worden. Wel is ter zitting komen vast te staan dat Incassocenter vervolgens aan [gedaagde] heeft laten weten dat zij vanwege de wanbetaling geen verdere incassowerkzaamheden op dit dossier meer voor hem zou verrichten.

1.6.

Nu [gedaagde] maar één incasso-opdracht had verstrekt, mocht hij daaruit begrijpen dat de gehele overeenkomst daarmee door Incassocenter werd opgezegd. Nu niet is komen vast te staan dat [gedaagde] akkoord is gegaan met verdere gerechtelijke stappen en Incassocenter de opdracht heeft beëindigd, komt haar dan ook geen beroep op artikel 9.3 van de algemene voorwaarden toe, noch is de overeenkomst stilzwijgend verlengd.

1.7.

Het voorgaande leidt tot afwijzing van de vordering.

1.8.

Incassocenter is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 50,00 aan verletkosten.

2. De beslissing

De kantonrechter

2.1.

wijst de vorderingen van Incassocenter af,

2.2.

veroordeelt Incassocenter in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Incassocenter niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

2.3.

verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter en de griffier.