Civiel recht overig
Kort geding. Verstekvonnis. Vordering tot staken en gestaakt houden short stay verhuur appartement op straffe…
Rechtbank Amsterdam, 14 september 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:9341 · Rechtbank Amsterdam · 14 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2026-9341
Zaakgegevens
Op 14 september 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 14 september 2026
- Datum publicatie
- 18 september 2026
- Zaaknummer
- C/13/792817 KG ZA 26-754
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. V.B. Bugday
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:9341
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Verstekvonnis. Vordering tot staken en gestaakt houden short stay verhuur appartement op straffe van een dwangsom toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/792817 / KG ZA 26-754 NB/KH
Vonnis in kort geding van 14 september 2026
in de zaak van
DE VERENIGING VAN EIGENAARS [eiser],
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij bij dagvaarding van 31 augustus 2026,
hierna te noemen: de VvE,
advocaat: mr. V.B. Bugday,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
1 De procedure
Ter zitting van 14 september 2026 is namens de VvE verschenen [naam 1] ( [functie] van Falcon VvE management B.V., hierna: Falcon) en [naam 2] (medewerker Falcon) met mr. Bugday. Gedaagde is niet verschenen. De VvE heeft vragen van de voorzieningenrechter beantwoord en verzocht om vonnis te wijzen. Tegen de niet verschenen gedaagde is verstek verleend. Vonnis is bepaald op vandaag.
2 Het geschil
De VvE vordert samengevat om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
I. gedaagde op straffe van een dwangsom te veroordelen om binnen 48 uur na dit vonnis de short stay verhuur van haar appartement aan het adres [adres] te staken en gestaakt te houden,
II. gedaagde te veroordelen tot het betalen van de boete ter hoogte van € 5.241,39, vermeerderd met de wettelijke rente,
III. gedaagde te veroordelen tot het betalen van de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 925, vermeerderd met de wettelijke rente,
IV. gedaagde te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3 De beoordeling
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt als volgt toegewezen.
De dwangsom zal worden gematigd zoals bepaald onder 5.2. Conform artikel 6:96 Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal een bedrag van € 637,07 aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen in plaats van het gevorderde bedrag. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de VvE worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
153,02 |
|
|
- griffierecht |
€ |
3.083,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
760,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
4.185,02 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4 De beslissing
De voorzieningenrechter
veroordeelt gedaagde om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de short stay verhuur van haar appartement aan het adres [adres] te staken en gestaakt te houden,
veroordeelt gedaagde om aan de VvE te betalen een dwangsom van € 250 per dag of dagdeel dat zij niet aan de veroordeling onder 4.1 voldoet, totdat een maximum van
€ 25.000 is bereikt,
veroordeelt gedaagde om aan de VvE te betalen de boete van € 5.241,39, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de respectieve vervaldata van de facturen, te weten 21 mei 2025 en 10 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagde om aan de VvE te betalen een bedrag van € 637,07 aan buitengerechtelijke kosten binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na betekening, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 4.185,02, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,
veroordeelt gedaagde tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na vandaag zijn betaald, en tot betaling van de wettelijke rente over € 98 plus de kosten van betekening vanaf veertien dagen na die betekening,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Hogeman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2026. |
||