Civiel recht overig
Huurzaak. Verstek. Artikel 2 Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. Verhuurder heeft een melding bij de…
Rechtbank Amsterdam, 25 september 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:9840 · Rechtbank Amsterdam · 25 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2026-9840
Zaakgegevens
Op 25 september 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 25 september 2026
- Datum publicatie
- 5 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12283928 CV EXPL 26-8305
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:9840
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Huurzaak. Verstek. Artikel 2 Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. Verhuurder heeft een melding bij de gemeente overgelegd die dateert van 15 maanden voor het moment van dagvaarden. Verhuurder dient hierop een toelichting te geven, dan wel een nieuwe (recente) melding bij de gemeente te doen. Verder dient verhuurder in het kader van de ambtshalve toetsing in de zin van Richtlijn 93/13 EG (Richtlijn Oneerlijke Bedingen) de bijlage die de inhoud van het servicekostenbeding specificeert over te leggen.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 12283928 CV EXPL 26-8305
vonnis van: 25 september 2026
fno.: 506
vonnis van de kantonrechter
I n z a k e
de stichting Woningstichting Rochdale
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam
eisende partij
gemachtigde: GGN Mastering Credit Rotterdam
t e g e n
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde partij
niet verschenen
Verder verloop van de procedure
Op 14 augustus 2026 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft eisende partij gedaagde partij bij exploot van 20 augustus 2026 opgeroepen om in het geding te verschijnen.
Gedaagde partij heeft geen uitstel verzocht en evenmin uiterlijk op de in het exploot vermelde terechtzitting geantwoord.
Tegen gedaagde partij is verstek verleend.
Om administratieve redenen is de behandeld kantonrechter in deze zaak gewijzigd.
Gronden van de beslissing
Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening
-
Eisende partij vordert in deze zaak onder andere ontbinding van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. Voor toewijzing van een dergelijke vordering moet er zijn voldaan aan het bepaalde in artikel 2 van het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
-
Ten aanzien van de vraag of is voldaan aan het bepaalde in artikel 2 van het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening overweegt de kantonrechter het volgende. De overgelegde aanmelding bij de gemeente dateert van 11 maart 2025, terwijl de onderhavige dagvaarding is uitgebracht op 11 juni 2026. Dat is 15 maanden later dan de aanmelding. Een nadere toelichting van eisende partij waarom niet eerder tot dagvaarden is overgaan dan wel waarom zij niet later een nieuwe melding bij de gemeente heeft gedaan ontbreekt. Gelet op het voorgaande wordt eisende partij eenmaal in de gelegenheid gesteld om bij akte de nadere toelichting alsnog te geven, danwel een nieuwe aanmelding bij de gemeente te doen en een afschrift daarvan in het geding te brengen.
3. Tevens stelt de kantonrechter vast dat uit de specificatie van de hoofdsom (productie 2 bij dagvaarding) blijkt dat daarin ook posten zijn opgenomen die verband houden met de afrekening van servicekosten.
4. In de huurovereenkomst is vermeld dat de maandelijks verschuldigde servicekosten € 37,80 bedragen en dat deze kosten nader zijn gespecificeerd in de bijlage c van de huurovereenkomst. De hiervoor bedoelde bijlage is niet bij de huurovereenkomst gevoegd.
5. Eiseres wordt daarom in de gelegenheid gesteld bij akte de in de huurovereenkomst vermelde bijlage c met daarin de specificatie van de kosten leveringen en diensten in het geding te brengen, dan wel bij gebreke daarvan een uiteenzetting te geven welke posten daar ten tijde van het sluiten van de huurovereenkomst onder waren begrepen.
6. De zaak wordt voorts verwezen naar de rol over vier weken voor het indienen van een akte door eisende partij, zoals onder r.o. 2 en r.o. 5 van dit vonnis is overwogen.
7. Eisende partij dient een kopie van haar akte, inclusief dit vonnis, ten minste twee weken vóór de hierna te bepalen rolzitting aan de gedaagde partij toe te sturen. Daarbij dient eisende partij aan gedaagde partij mee te delen dat gedaagde partij op die akte mag reageren of daarvoor uitstel mag vragen, en op welke wijze dat kan: mondeling door verschijning op de rolzitting of schriftelijk, in welk geval dit stuk uiterlijk op de laatste werkdag voorafgaand aan de rolzitting door de rechtbank moet zijn ontvangen. Eisende partij dient in dat kader niet alleen de akte, maar ook de hiervoor bedoelde mededeling/brief aan gedaagde partij in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en met de juiste mededeling aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze akte in beginsel buiten beschouwing gelaten.
Beslissing
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rolzitting van 23 oktober 2026 om 10:00 uur voor het nemen van een akte door eisende partij als hierboven omschreven;
bepaalt dat eisende partij de akte tenminste twee weken vóór deze rolzitting aan gedaagde partij moet sturen, zoals hiervoor is bepaald;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kraak, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.