Civiel recht overig

Mededingingsrecht - rolbeslissing in follow on-schadezaak na Google Shopping-besluit van Europese commissie…

Rechtbank Amsterdam, 14 januari 2026

Zaakgegevens

Op 14 januari 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
14 januari 2026
Datum publicatie
19 januari 2026
Zaaknummer
C/13/722072
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Advocaat
mr. M.H.J van Maanen te Den Haag, mr. P.P.J. van Ginneken te Amsterdam
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:243
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mededingingsrecht - rolbeslissing in follow on-schadezaak na Google Shopping-besluit van Europese commissie - afwijzing verzoek openstellen tussentijds hoger beroep

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Afdeling privaat recht

Zaaknummer: C/13/722072 / HA ZA 22-674

Rolbeslissing van 14 januari 2026

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

WOLFSON CAPITAL LIMITED,

gevestigd te Tortola, Britse Maagdeneilanden,

eiseres,

hierna: Wolfson,

advocaat: mr. M.H.J. van Maanen te Den Haag,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GOOGLE NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht

GOOGLE LLC,

gevestigd te Mountain View, Californië, Verenigde Staten van Amerika,
3. de rechtspersoon naar buitenlands recht

ALPHABET INC.,

gevestigd te Mountain View, Californië, Verenigde Staten van Amerika,

gedaagden,

hierna gezamenlijk: Google, en afzonderlijk Google NL, Google LLC en Alphabet,

advocaat: mr. P.P.J. van Ginneken te Amsterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • tussenvonnis van 5 november 2025,

  • brief van 15 december 2025 van mr. Van Ginneken,

  • brief van 22 december 2025 van mr. Van Maanen.

1.2.

Ten slotte is bepaald dat deze beslissing zal worden genomen.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Google heeft verzocht hoger beroep open te stellen van het tussenvonnis van deze rechtbank van 5 november 2025. Google heeft aangevoerd dat de beslissing over de soll-positie een centrale rol speelt in deze procedure en dat het kwantificeren van de schade een exercitie is die veel tijd en geld kost. Als het hof tot een ander oordeel komt over de soll-positie zouden de investeringen tevergeefs zijn.

2.2.

Wolfson verzet zich daartegen en voert aan dat tussentijds hoger beroep de procedure met jaren zal vertragen, en dat na hoger beroep mogelijk ook nog cassatie zal volgen.

2.3.

Op grond van artikel 337 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan hoger beroep van een tussenvonnis slechts tegelijk met het hoger beroep van het eindvonnis worden ingesteld, tenzij de rechter anders bepaalt.

2.4.

Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever tussentijds hoger beroep van tussenvonnissen bij wijze van hoofdregel heeft uitgesloten om fragmentatie van de instructie van de zaak, vertraging en processuele complicaties tegen te gaan en om de doelmatigheid en snelheid van de procedure te bevorderen. Bij de beoordeling of – in afwijking van de hoofdregel – tussentijds hoger beroep van een tussenvonnis wordt toegestaan, moet worden betrokken of het openstellen van tussentijds hoger beroep leidt tot onredelijke vertraging van de procedure.

2.5.

De rechtbank dient te beoordelen of de vertraging die ontstaat bij het openstellen van hoger beroep wordt gerechtvaardigd door zwaar(der)wegende belangen en/of bijzondere omstandigheden. Dergelijke belangen of bijzondere omstandigheden zijn er naar het oordeel van de rechtbank niet.

Weliswaar is het mogelijk dat het hof tot een ander oordeel komt over de soll-positie en dat zou dan mogelijk geheel of gedeeltelijk tot een andere beoordeling door de deskundigen kunnen leiden, met de investering in tijd en geld van dien. Die mogelijkheid bestaat echter altijd, omdat deze inherent is aan de beoordeling van zaken in twee feitelijke instanties en rechtvaardigt geen tussentijds hoger beroep.

2.6.

De rechtbank wijst het verzoek om openstelling van tussentijds hoger beroep daarom af.

2.7.

Voor dit geval, dat geen hoger beroep wordt opengesteld en de procedure in eerste aanleg niet wordt aangehouden, heeft Wolfson aan Google uitstel verzocht voor het nemen van de akte die zij heden 14 januari 2026 had moeten nemen. Google heeft daarmee, op basis van wederkerigheid, ingestemd.

2.8.

Partijen is reeds medegedeeld dat dit uitstel wordt verleend; de zaak staat nu op de rol van 11 februari 2026 voor het nemen van een akte door Wolfson.

2.9.

Google heeft verder bericht dat partijen contact hebben gehad over de suggestie van de rechtbank om een agree-disagree-rapport op te stellen. Dat achten partijen op dit moment prematuur. Zij stellen voor een dergelijk rapport op te stellen binnen een termijn van zes weken nadat Google heeft gereageerd op het nog in te dienen nieuwe economisch rapport van Wolfson. Het voorstel is daarmee dat Wolfson haar akte neemt op 11 februari 2026, Google op 20 mei 2026, en dat op 1 juli 2026 een agree-disagree-rapport door partijen in het geding wordt gebracht. Een mondelinge behandeling zou dan na het zomerreces kunnen worden geagendeerd.

2.10.

De rechtbank ziet geen bezwaren tegen dit eenstemmige voorstel van partijen – zij het dat de planning van een mondelinge behandeling te zijner tijd afhankelijk zal zijn van beschikbare roostercapaciteit - en zal de zaak overeenkomstig naar de rol verwijzen.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

wijst af het verzoek om tussentijds hoger beroep van het tussenvonnis van 5 november 2025 open te stellen,

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze rolbeslissing is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel, voorzitter, mr. M. Singeling en mr. R.C.J. Hamming, rechters en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.