Insolventierecht
Afwijzing faillissementsverzoek. De aangevoerde geringe steunvordering is afkomstig is van een aan…
Rechtbank Amsterdam, 10 juli 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:4144 · Rechtbank Amsterdam · 10 juli 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2024-4144
Zaakgegevens
Op 10 juli 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 juli 2024
- Datum publicatie
- 11 juli 2024
- Zaaknummer
- C/13/751225 / FT RK 24/523
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2024:4144
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing faillissementsverzoek. De aangevoerde geringe steunvordering is afkomstig is van een aan verzoekster gelieerde partij en is van redelijk recente datum. Deze vordering is niet aan te merken als een vordering die aannemelijk maakt dat gerekestreerde in de toestand verkeert dat zij is opgehouden te betalen.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaak-/rekestnummer: C/13/751225 / FT RK 24/523
uitspraakdatum: 10 juli 2024
Afwijzing faillietverklaring
Ter griffie van deze rechtbank is op 27 mei 2024 een verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen van:
Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg ,
statutair gevestigd te Amsterdam ,
verzoekster,
advocaat mr. T.G.J. ten Berge.
Het verzoekschrift strekt tot faillietverklaring van:
de besloten vennootschap
[betrokkene] B.V.,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer] ,
statutair gevestigd te [adres]
.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 9 juli 2024. Namens verzoekster is gehoord ter zitting mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, advocaat te Amsterdam. Namens gerekestreerde is niemand verschenen.
Beoordeling
Verzoekster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een opeisbare vordering op gerekestreerde heeft. Als steunvordering heeft zij een vordering van een aan haar gelieerde partij SOOB (Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer) overgelegd. Het bedrag van de vordering van SOOB bedraagt € 350,00 en ziet op de periode 1 januari 2024 – 31 maart 2024.
Gelet op het feit de steunvordering afkomstig is van een aan verzoekster gelieerde partij, slechts een bedrag van €350,- bedraagt en van redelijk recente datum is, is de rechtbank van oordeel dat deze niet aan te merken is als een vordering die aannemelijk maakt dat gerekestreerde in de toestand verkeert dat zij is opgehouden te betalen
Het verzoek moet dan ook worden afgewezen.
De beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. de Vos en in raadkamer uitgesproken op 10 juli 2024.