Ondernemingsrecht

Faillissementswet overtreden, bestuursverbod voor gedaagde voor de duur van vijf jaar.

Rechtbank Amsterdam, 30 juli 2025

Zaakgegevens

Op 30 juli 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
30 juli 2025
Datum publicatie
4 november 2025
Zaaknummer
C/13/771507 / HA ZA 25-1223
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. T.G.H. Coppens
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:8302
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Faillissementswet overtreden, bestuursverbod voor gedaagde voor de duur van vijf jaar.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/771507 / HA ZA 25-1223

Vonnis van 30 juli 2025

in de zaak van

MR. [eiser]
in hoedanigheid van curator in de faillissementen van

[gefailleerde 1] B.V.,

[gefailleerde 2] B.V. en

[gefailleerde 3] B.V.,

te [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: de curator,

advocaat: mr. T.G.H. Coppens,

tegen

[gedaagde] ,

zonder bekende woon- en of verblijfplaats binnen en buiten Nederland,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties,

- het tegen [gedaagde] verleende verstek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

De curator heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. Een kopie van de dagvaarding is aan dit vonnis gehecht.

2.2.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de curator worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

134,70

- griffierecht

€

331,00

- salaris advocaat

€

614,00

(1 punt × € 614,00)

- nakosten

€

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.257,70

3. De beslissing

De rechtbank

3.1.

verklaart voor recht dat [gedaagde] het bepaalde in artikel 106a Faillissementswet (hierna: Fw) geheel of ten dele heeft overtreden,

3.2.

legt aan [gedaagde] een bestuursverbod op in de zin van artikel 106a Fw voor de duur van vijf jaar vanaf de datum waarop het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, gedurende welke periode [gedaagde] niet kan worden benoemd als bestuurder van een rechtspersoon,

3.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.257,70, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.4.

verklaart dit vonnis voor wat betreft het onder 3.2. en 3.3. bepaalde uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.C.J. Hamming en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2025.