Verbintenissenrecht

Verstek. Art. 2 besluit gemeentelijke schuldhulpverlening. Vroegmelding schuld aan gemeente. Contact met…

Rechtbank Amsterdam, 28 februari 2022

Zaakgegevens

Op 28 februari 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
28 februari 2022
Datum publicatie
4 maart 2022
Zaaknummer
CV 22-1250
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2022:1025
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verstek. Art. 2 besluit gemeentelijke schuldhulpverlening. Vroegmelding schuld aan gemeente. Contact met huurder en betalingsregeling betekent niet dat geen melding hoeft te worden gedaan. Gevolgen voor vordering ontbinding huurovereenkomst.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

verstek

Afdeling privaatrecht CV

zaaknummer: 9649306 \ CV EXPL 22-1250

kenmerk: 112200042-NVG-nvg

vonnis van: 28 februari 2022

doc: Vvs

vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

Woningstichting Eigen Haard

wonende te / gevestigd te Amsterdam

eisende partij

gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.

t e g e n

[gedaagde]

wonende te / gevestigd te [adres]

gedaagde partij

niet verschenen.

Verloop van de procedure

Bij exploot van dagvaarding van 17 januari 2022 heeft eisende partij gevorderd ontbinding van een overeenkomst, met nevenvorderingen, alsmede veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van een bedrag van € 1.852,54 met nevenvordering(en), één en ander zoals in de dagvaarding nader omschreven.

De gedaagde partij heeft geen uitstel verzocht en evenmin uiterlijk op de in de dagvaarding vermelde terechtzitting geantwoord.

Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

Gronden van de beslissing
De vordering komt niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor het geval een deel van het gevorderde niet is toegewezen en/of hieronder anders is overwogen.

Eisende partij heeft gesteld dat een melding bij de gemeente over de huurachterstand achterwege is gebleven omdat eisende partij met gedaagde partij in contact was over de huurachterstand en dat er betalingsregelingen zijn getroffen. Dat enkele feit rechtvaardigt echter niet dat geen melding is gedaan. De gedaagde partij kan immers baat hebben bij een melding en daaropvolgende hulp, afhankelijk van zijn persoonlijke situatie, waaronder zijn inkomenssituatie. Die is bij de verhuurder niet altijd bekend. Tegen deze achtergrond en gelet op de overige omstandigheden van het geval, waaronder de hoogte van de huurachterstand, wordt de ontbinding thans afgewezen.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de gedaagde partij aan de eisende partij te voldoen:

€ 1.590,80 ter zake van de hoofdsom vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de voldoening;
€ 261,74 ter zake van buitengerechtelijke kosten;

veroordeelt de gedaagde partij in de kosten van het geding, aan de zijde van de eisende partij tot aan deze uitspraak begroot op: € 127,21 aan explootkosten, € 187,00 aan salaris gemachtigde en € 365,00 aan griffierecht, één en ander, voor zover van toepassing, inclusief BTW;

veroordeelt gedaagde partij in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 62,00 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 februari 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier

De kantonrechter