Verbintenissenrecht

ovk telefonie en internet met restaurant. opzegging. oplevering. eindafrekening. reflexwerking onredelijk…

Rechtbank Amsterdam, 3 februari 2023

Zaakgegevens

Op 3 februari 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
3 februari 2023
Datum publicatie
21 april 2023
Zaaknummer
10124321 \ CV EXPL 22-12603
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:2517
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

ovk telefonie en internet met restaurant. opzegging. oplevering. eindafrekening. reflexwerking onredelijk bezwarend beding, open norm 6:233 onder a BW, beperkende werking r&b

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 10124321 \ CV EXPL 22-12603

Vonnis van 3 februari 2023

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RAVONET B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eisende partij,

hierna te noemen: Ravonet,

gemachtigde: Rosmalen Gerechtsdeurwaarders,

tegen

1. de vennootschap onder firma

NEETU DHABA INDIAAS RESTAURANT,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: Neetu Dhaba
2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] ,

hierna: te noemen: [gedaagde 2]
3. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats] ,

hierna: te noemen [gedaagde 3]

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: Neetu Dhaba c.s.,

gemachtigde: mr. A. Harmanci.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 21 september 2022, met producties,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- het tussenvonnis van 18 november 2022, waarin de mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 6 januari 2023, met de daarin genoemde stukken.

Op de mondelinge behandeling hebben partijen ook hun standpunten toegelicht, de aantekeningen daarvan bevinden zicht in het dossier.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Ravonet is een provider die pakketten aanbiedt voor internet, telefonie, en andere ICT-oplossingen. Zij levert haar diensten met name aan horecaondernemingen.

2.2.

Neetu Dhaba is een Indiaas restaurant aan de Overtoom in Amsterdam. [gedaagde 3] en [gedaagde 2] hebben dit restaurant op 1 augustus 2019 overgenomen en zijn de vennoten van deze onderneming.

2.3.

Op 28 januari 2020 heeft Ravonet het restaurant Neetu Dhaba gebeld met een aanbieding voor onder meer internet en telefonie. Telefonisch is medegedeeld dat de aanbieding (onder meer) inhield dat het pakket de eerste drie maanden € 55 per maand kostte en daarna € 80 per maand.

2.4.

Daarna, omstreeks eind januari 2020, begin februari 2020, is er een medewerker van Ravonet bij Neetu Dhaba langsgekomen. Deze medewerker heeft met [gedaagde 3] gesproken over het voorstel van Ravonet.

2.5.

Ravonet heeft in deze procedure een zakelijke overeenkomst overgelegd. Onderaan elke pagina staat “Dit contract is geaccepteerd door [gedaagde 3] (info@neetudhaba.nl) op 05-02-2020 16:45:04 van ip address [nummer] ”. Daarbij staat het nummer van een identiteitskaart.

In deze overeenkomst staat dat Ravonet en Neetu Dhaba een zakelijke overeenkomst zijn aangegaan voor een ‘Horeca Blue totaalpakket’, met een looptijd van vijf jaar.

In de overeenkomst is, onder meer, bepaald in artikel 3.1 van de overeenkomst dat de overeenkomst in gaat op de datum dat dienst wordt opgeleverd door Ravonet en in artikel 3.2 staat dat de klant minimaal een overeenkomst aan gaat voor 12 kalendermaanden en kan worden verlengd naar 24, 36 of 60 kalendermaanden.

2.6.

Neetu Dhaba heeft via het ticketsyteem van Ravonet met Ravonet gecommuniceerd over oplevering. Op 5 februari 2020 heeft een medewerker aan Neetu Dhaba doorgegeven dat Ravonet de oplevering ging voorbereiden en op en 19 februari 2020 is doorgegeven dat de internetlijn in bestelling was en dat ze binnen enkele dagen met een gerichte opleverdatum zouden komen.

2.7.

Op 25 februari 2020 om 12.30 uur heeft Ravonet aan Neetu Dhaba doorgegeven dat op de monteur op 3 maart 2020 zou langskomen bij het restaurant om het All-in pakket op te leveren. In dit bericht heeft Ravonet ook geschreven dat zij alleen de ‘technische’ opzegging zou regelen, door het telefoonnummer te porteren (verhuizen) naar haar netwerk en dat Neetu Dhaba zelf de opzegging van haar huidige provider moet regelen.

2.8.

Hierna heeft [gedaagde 3] , namens Neetu Dhaba, op 25 februari 2020 om 18.26 uur een bericht gestuurd aan Ravonet dat zij niet gelijktijdig twee leveranciers wilde, zij daarom het contract met Ravonet wilde opzeggen en dat de monteur niet meer hoefde langs te komen.

2.9.

Op 5 maart 2020 heeft Ravonet een ‘eindafrekening vroegtijdige beëindiging’ aan Neetu Dhaba gestuurd, met een totaalbedrag van € 6.691,30. Dit bedrag bestond uit het maandbedrag van het abonnement voor een looptijd van vijf jaar, enkele ophefkosten en administratiekosten.

3 Het geschil

3.1.

Ravonet vordert – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. Neetu Dhaba c.s. te veroordelen tot betaling van € 6.691,30, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 25 november 2021, de meegevorderde wettelijke rente ter hoogte van € 878,87, en de buitengerechtelijke kosten ter hoogte van € 709,57;

II. Neetu Dhaba c.s. te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

Ravonet legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Zij stelt dat er een overeenkomst tot stand is gekomen tussen Ravonet en Neetu Dhaba voor een periode van vijf jaar. Deze overeenkomst is tot stand gekomen door de digitale ondertekening van [gedaagde 3] op 5 februari 2020. Hierna heeft Neetu Dhaba de overeenkomst opgezegd. Opzegging van de overeenkomst kan niet kosteloos. Op grond van de algemene voorwaarden moet Neetu Dhaba voor de hele looptijd van het contract had betalen. Neetu Dhaba heeft niet betaald. Ravonet vordert nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverbintenis.

3.3.

Neetu Dhaba c.s. voert verweer. Ten eerste stelt Neetu Dhaba c.s. dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen omdat er niet is opgeleverd door Ravonet. Indien er wel een overeenkomst tot stand is gekomen, dan kan de overeenkomst worden vernietigd vanwege dwaling. Neetu Dhaba was namelijk in de veronderstelling dat het abonnement € 545 per jaar zou kosten, dat de looptijd maar één jaar was en dat Ravonet de volledig overstap van haar oude provider zou regelen. Dit bleek allemaal niet te kloppen en als Neetu Dhaba dat van tevoren had geweten had zij de overeenkomst niet gesloten. Op dezelfde feitelijke grondslag stelt Neetu Dhaba c.s. ook dat sprake is van misleidende handelspraktijken als bedoeld in artikel 6:193b BW. Ook is sprake van agressieve handelspraktijken omdat het aanbod snel zou vervallen en Neetu Dhava snel moest beslissen.

Daarnaast stelt Neetu Dhaba c.s. dat het beding waardoor bij opzegging van de overeenkomst ook alle resterende maandtermijnen direct via een eindfactuur in rekening kunnen worden gebracht, onredelijk is en zij roept de vernietiging in.

Tot slot stelt Neetu Dhaba c.s. dat Ravonet is tekort geschoten in de nakoming van de verplichting om de overstap van de oude provider te regelen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Overeenkomst

4.1.

De kantonrechter oordeelt dat er wel een overeenkomst tot stand is gekomen tussen partijen. Uit de stukken blijkt dat [gedaagde 3] het contract digitaal heeft ondertekend op 5 februari 2020. Ravonet heeft inzichtelijk gemaakt welke stappen [gedaagde 3] namens Neetu Dhaba heeft moeten lopen doorlopen voor het ondertekenen van het contract. In die stappen staan duidelijk het bedrag dat Neetug Dhaba c.s. per maand verschuldigd is, de looptijd van het contract en de overige voorwaarden.

4.2.

Neetu Dhaba c.s. heeft daar onvoldoende tegenover gesteld. In de conclusie van antwoord erkent [gedaagde 3] dat een e-mail aan haar is verstuurd met een link voor ondertekening, maar zouden de stappen niet duidelijk zijn. Op de zitting heeft Neetu Dhaba c.s. aangevoerd dat iemand van Ravonet is langsgekomen in het restaurant en [gedaagde 3] zou op een tablet op akkoord hebben geklikt zonder dat zij alle stappen zelf heeft doorlopen. Beiden standpunten zijn betwist en op geen enkele wijze door Neetuh Dhaba c.s. onderbouwd. Ook de stelling dat een looptijd van één jaar is aangeboden is niet onderbouwd. Neetu Dhaba c.s. heeft wel verwezen naar artikel 3.2 van de overeenkomst waarin staat dat de minimale duur van de overeenkomst 12 maanden is, maar in het contract staat duidelijk dat de looptijd van de overeenkomst vijf jaar is. Over de kosten heeft Neetuh Dhaba c.s. aanvankelijk aangevoerd dat een bedrag van € 545 voor één jaar is afgesproken, maar ter zitting is erkend dat het maandbedrag € 55 per maand zou zijn voor de eerste drie maanden en vervolgens € 80 per maand. De kantonrechter gaat er op basis van het voorgaande van uit dat tussen partijen een overeenkomst gesloten is met de door Ravonet gestelde inhoud voor een periode van vijf jaar.

Oplevering

4.3.

Neetu Dhaba c.s. heeft aangevoerd dat de overeenkomst nog niet is gaan lopen omdat er niet zou zijn opgeleverd. In de overeenkomst staat dat deze pas in gaat op de datum dat de dienst door Ravonet is opgeleverd. Hoewel in de correspondentie door Ravonet wordt gemeld dat nog zal worden opgeleverd, is voldoende duidelijk gemaakt door Ravonet dat Neetu Dhaba c.s. de verplichtingen uit de overeenkomst al was aangegaan. Ravonet heeft uitgelegd dat de dienst na het ondertekenen van de overeenkomst al actief wordt en dat er al verbinding was geregeld met de netwerkleverancier. De pin werkte ook al. In een notitie van 6 februari 2020 staat dat Ravonet heeft geholpen met inloggen en aanpassen van de instellingen. De dienst was volgens Ravonet al opgeleverd. De woordkeuze in de berichten van Ravonet over ‘oplevering’ is ronduit ongelukkig, maar Ravonet heeft voldoende onderbouwd dat de dienst die Neetu Dhaba zou krijgen, internet en telefonie, al in gang was gezet en dat de verplichtingen over en weer al waren aangevangen. Dat er feitelijk nog geen gebruik werd gemaakt van de diensten maakt dit niet anders. Dit verweer van Neetuh Dhaba c.s. slaagt dan ook niet.

Geen dwaling, misleidende handelspraktijken en wanprestatie

4.4.

Het betoog van Neetu Dhaba c.s. dat er sprake zou zijn van dwaling en/of misleidende handelspraktijken slaagt niet, omdat Neetu Dhaba c.s. niet heeft onderbouwd dat er over de prijs, de looptijd en het regelen van de overstap aan haar onjuiste informatie is verstrekt door Ravonet. Het kan zijn dat Neetu Dhaba c.s. de verwachting had dat de opzegging bij haar vorige provider zou worden geregeld, maar uit niets blijkt dat Ravonet die verwachting heeft gewekt. Een verplichting tot het regelen van meer dan de technische overstap door Ravonet is niet komen vast te staan. Daardoor kan Ravonet ook niet tekort zijn geschoten in de verplichting hiertoe.

Eindafrekening

4.5.

Aangezien er een overeenkomst tot stand is gekomen tussen partijen is Neetu Dhaba in beginsel verplicht om de afspraken die zijn gemaakt na te komen. [gedaagde 3] heeft, namens Neetu Dhaba, echter op 15 februari 2020 aangegeven dat zij de overeenkomst wil opzeggen. De vraag is of dit kosteloos kon.

4.6.

Ravonet heeft (al dan niet expliciet) een beroep gedaan op artikel 7.8 van haar algemene voorwaarden dat bij opzegging van de overeenkomst alle resterende maandtermijnen direct in de vorm van een slotfactuur volledig opeisbaar zijn, inclusief opheffingkosten.

4.7.

Neetu Dhaba c.s. heeft gesteld dat artikel 7.8 van de algemene voorwaarden van Ravonet een onredelijk bezwarend beding is in de zin van artikel 6:233 sub a BW. Specifiek is er sprake van een onredelijk bezwarend beding in de zin van 6:236 onder b BW (zwarte lijst) en/of artikel 6:237 onder i en/of k BW (grijze lijst). Neetu Dhaba c.s. geeft aan dat consumenten in beginsel alleen een beroep kunnen doen op deze bepalingen, maar stelt dat [gedaagde 3] in dit geval kan worden gelijkgesteld met een consument. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat [gedaagde 3] een startende ondernemer was, daarvoor nog geen ondernemingservaring had en het afsluiten van dergelijke overeenkomt niet onder normale of gebruikelijke activiteiten valt.

4.8.

De kantonrechter oordeelt dat Neetu Dhaba een onderneming is en geen consument en ook dat Neetu Dhaba en/of [gedaagde 3] niet gelijk zijn te stellen met een consument. In dat geval geldt nog wel de open norm van een onredelijk bezwarend beding zoals omschreven in artikel 6:233 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor de invulling van de vraag wanneer een beding onredelijk bezwarend is, geldt dat bij de beoordeling hiervan meeweegt wat de bezwarende gevolgen zullen zijn van gebondenheid aan het beding en of die gevolgen ook daadwerkelijk zullen worden verwezenlijkt. Verder moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. Bij de inkleuring van de norm van artikel 6:233 onder a BW speelt ook een rol in hoeverre sprake is van een situatie die amper van een consumententransactie te onderscheiden is.

4.9.

De door Neetu Dhaba c.s. aangevoerde omstandigheden maken niet dat het beding onredelijk bezwarend voor hen is. De dienst van Ravonet zag ook op mogelijk maken van pintransacties in het restaurant. Dit betreft onmiskenbaar een bedrijfsactiviteit. Neetuh Dhaba c.s. heeft ook niet aangevoerd of inzichtelijk gemaakt in welke mate de betalingsverplichting die gebaseerd is op het beding op hun omzet drukt. Een beding waarmee resterende betalingstermijnen direct opeisbaar worden is niet in alle gevallen onredelijk bezwarend en Neetuh Dhaba c.s. heeft niet goed over het voetlicht kunnen brengen waarom dat in dit geval wel zo zou zijn. Het beding kan dus niet worden vernietigd.

4.10.

Het beding is dus niet onredelijk bezwarend voor Neetu Dhaba c.s. in die zin dat de (hoge) drempel voor vernietiging van het beding wordt gehaald. Neetu Dhaba c.s. heeft echter ter zitting ook aangevoerd dat zij het zeer onredelijk vinden als zij nu voor de volledige 5 jaar kosten moeten betalen terwijl zij niets aan het pakket van Ravonet gehad heeft. De kantonrechter vat dit op als een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, zoals ook al besloten lag in de stellingen. Dit standpunt van Neetuh Dhaba c.s. slaagt wel. Het is in de gegeven omstandigheden onaanvaardbaar om Neetu Dhaba c.s. aan de volledige betalingsverplichting te houden, terwijl de dienst is opgezegd nog voordat alles daadwerkelijk klaar was voor gebruik. Kosteloos opzeggen kon echter ook niet meer. Ravonet heeft uitgelegd dat al kosten zijn gemaakt voor het aanvragen van onder meer de internetlijn. Ravonet maakt ook kosten bij de netwerkleverancier, uitgaande van een afspraak over een periode van 5 jaar. Hoe hoog die kosten zijn is niet inzichtelijk gemaakt. De kantonrechter acht het onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid als Neetuh Dhaba c.s. meer moet betalen dan wat zij verschuldigd zou zijn over een looptijd van één jaar. En de opheffingskosten moet Neetuh Dhaba c.s. ook betalen. Daarbij weegt mee dat Neetu Dhaba er zelf ook vanuit ging dat ze een contract had gesloten voor één jaar. Neetu Dhaba c.s. moet uiteindelijk € 1.085 betalen aan Ravonet. Dit bedrag bestaat dan uit één jaar looptijd (€ 885 (3x € 55 + 9x € 80) en de opheffingskosten conform de factuur (€ 116,81 + € 83,19).

Slotsom en kosten

4.11.

De conclusie van het voorgaande is dat Neetu Dhaba niet kosteloos de overeenkomst met Ravonet kon opzeggen, maar dat niet het volledige factuurbedrag zal worden toegewezen. Neetu Dhaba zal een bedrag van € 1.085 aan Ravonet moeten betalen.

De wettelijke rente hierover zal worden toegewezen vanaf de vervaldatum van de factuur, 14 maart 2020.

4.12.

Ravonet vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan.

Ravonet heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht door overlegging van de brieven met sommaties bij nadere productie 7. Dit is door Neetu Dhaba c.s. ook niet betwist. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief (berekend over de toewijsbare hoofdsom), wat in dit geval neerkomt op een bedrag van € 162,75.

4.13.

Neetu Dhaba c.s. is de partij die grotendeels ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proces- en nakosten worden veroordeeld. De kantonrechter begroot de proceskosten aan de zijde van Ravonet op basis van het toegewezen bedrag op:

- kosten van de dagvaarding

€

116,19

- griffierecht

€

514,00

- salaris gemachtigde

€

398,00

(2,00 punten × € 199,00)

Totaal

€

1.028,19

4.14.

Ravonet heeft in het lichaam van de dagvaarding onder randnummer 15 wel geschreven dat gedaagde sub 2 en 3 als vennoten van gedaagde sub 1 hoofdelijk aansprakelijk zijn. In het petitum heeft Ravonet echter geen hoofdelijke veroordeling gevorderd. Daarom zal de kantonrechter dit ook niet toewijzen en zal alleen Neetu Dhaba tot betaling worden veroordeeld als partij bij de overeenkomst met Ravonet.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt Neetu Dhaba om aan Ravonet te betalen een bedrag van € 1.085,00 (duizendvijfentachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 14 maart 2020, tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt Neetu Dhaba om aan Ravonet te betalen een bedrag van € 162,75 aan buitengerechtelijke incassokosten,

5.3.

veroordeelt Neetu Dhaba in de proceskosten, aan de zijde van Ravonet tot dit vonnis vastgesteld op € 1.028,19,

5.4.

veroordeelt Neetu Dhaba in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 66,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen onder de voorwaarde dat Neetu Dhaba c.s. niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de uitspraak, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw,

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.C.J. Hamming, rechter, bijgestaan door mr. E.H. van Kolfschooten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2023.

HR 23 maart 1990, NJ 1991/214 (Botman/Van Haaster).