Verbintenissenrecht

Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Vordering bol.com integraal toegewezen.

Rechtbank Amsterdam, 5 februari 2026

Zaakgegevens

Op 5 februari 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
5 februari 2026
Datum publicatie
3 maart 2026
Zaaknummer
12042118 \ CV EXPL 26-58
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:2209
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Vordering bol.com integraal toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12042118 \ CV EXPL 26-58

Vonnis van 5 februari 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOL.COM B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eisende partij,

gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 1 december 2025, met producties,

- het tegen gedaagde partij verleende verstek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Eisende partij is een handelaar en gedaagde partij een consument, zodat ambtshalve moet worden getoetst aan het consumentenrecht. Het gaat om een overeenkomst op afstand.

2.2.

De kantonrechter stelt vast dat eisende partij heeft voldaan aan alle op haar rustende essentiële informatieplichten, zowel ten aanzien van geplaatste bestellingen bij haarzelf als bij externe verkopers.

2.3.

In de algemene voorwaarden, zowel de set die van toepassing wordt verklaard bij aankopen bij eisende partij zelf als de set die van toepassing wordt verklaard bij aankopen bij externe verkopers, staan geen oneerlijke bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd.

2.4.

Nu de vordering overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, wordt deze toegewezen als in de beslissing vermeld, behoudens voor zover hierna anders is overwogen en/of een gedeelte van de vordering niet is toegewezen.

2.5.

Gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisende partij worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

120,78

- griffierecht

€

139,00

- salaris gemachtigde

€

40,00

(1 punt × € 40,00)

- nakosten

€

20,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

319,78

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 98,27 aan hoofdsom,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 34,73 aan buitengerechtelijke kosten,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten van € 319,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026.

991