Verbintenissenrecht
Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis na akte. Incassokostenbeding wordt ambtshalve vernietigd vanwege…
Rechtbank Noord-Holland, 14 januari 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:498 · Rechtbank Noord-Holland · 14 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2026-498
Zaakgegevens
Op 14 januari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 14 januari 2026
- Datum publicatie
- 23 januari 2026
- Zaaknummer
- 10964414 \ CV EXPL 24-1571
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:498
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis na akte. Incassokostenbeding wordt ambtshalve vernietigd vanwege oneerlijkheid. Rentebeding getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10964414 \ CV EXPL 24-1571
Uitspraakdatum: 14 januari 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
De Vijf Meren Kliniek B.V.
te Haarlem
de eisende partij
gemachtigde: Flanderijn gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
te gemeente [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1 De verdere procedure
Bij tussenvonnis van 27 augustus 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het in dat tussenvonnis gegeven voorlopig oordeel over de oneerlijkheid van een incassokostenbeding in de algemene voorwaarden. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.
2 De verdere beoordeling
In haar akte geeft de eisende partij aan zich te refereren aan het voorlopige oordeel over de oneerlijkheid van het incassokostenbeding in artikel 4 van de algemene voorwaarden. De kantonrechter ziet geen reden om daar nu anders over te denken en vernietigt dit beding, voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten. De buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen.
Artikel 4 van de algemene voorwaarden ziet ook op de wettelijke rente. Dit gedeelte van het beding is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Wat is toewijsbaar?
De gevorderde hoofdsom en rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden gelet op het voorgaande afgewezen.
Conclusie en proceskosten
De vordering wordt (grotendeels) toegewezen.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 751,88, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 686,90 vanaf 22 februari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 137,38;
griffierecht € 328,00;
salaris gemachtigde € 135,00;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter