Materieel strafrecht

Een 38-jarige man wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren voor het medeplegen van het…

Rechtbank Amsterdam, 20 februari 2025

Zaakgegevens

Op 20 februari 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
20 februari 2025
Datum publicatie
15 juli 2025
Zaaknummer
13/127942-21
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:5004
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Een 38-jarige man wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren voor het medeplegen van het witwassen van een geldbedrag van € 138.680,- dat is aangetroffen in de verborgen ruimte van een voertuig.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/127942-21

Datum uitspraak: 20 februari 2025

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1986,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[BRP-adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 februari 2025.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. F.T. Haak, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. V. Boelhouwers, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 14 mei 2021 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan

Primair

het medeplegen van het witwassen van een geldbedrag van € 138.680;

Subsidiair

medeplichtigheid aan het witwassen van een geldbedrag van € 138.680;

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het witwassen van het aangetroffen geldbedrag van € 138.680,-.

3.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft verzocht om verdachte vrij te spreken van het aan hem primair ten laste gelegde feit, nu volgens haar niet kan worden vastgesteld dat verdachte wist dat hetgeen zich in de verborgen ruimte bevond het aangetroffen geldbedrag van € 138.680,- was en bovendien niet wist dat dit geldbedrag van misdrijf afkomstig was. Daarnaast heeft de raadsvrouw gesteld dat de bijdrage van verdachte te gering was om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , waardoor er geen sprake kan zijn van medeplegen.

3.3.

Het oordeel van de rechtbank

Op 14 mei 2021 wordt in een verborgen ruimte in de Volkswagen UP van verdachte een tas met daarin een geldbedrag van € 138.680,- aangetroffen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij wist dat er een verborgen ruimte in zijn auto zat en dat hij wist dat hij die dag iets vervoerde wat ‘niet in de haak was’. Gelet op deze verklaring is de rechtbank van oordeel dat verdachte wist dat hetgeen hij vervoerde van misdrijf afkomstig was en dat hij daarmee – in ieder geval in voorwaardelijke zin – opzet had op het voorhanden hebben van het aangetroffen geldbedrag. Door dit geldbedrag in een verborgen ruimte in zijn auto te vervoeren heeft verdachte daarnaast de vindplaats en de verplaatsing van het geldbedrag verborgen.

Naar het oordeel van de rechtbank is er ook sprake van medeplegen. Verdachte heeft de medeverdachte [medeverdachte] opgehaald met zijn auto – met daarin het geldbedrag in de verborgen ruimte die door verdachte kon worden geopend – en was van plan om het geldbedrag samen met hem af te leveren. Hierdoor is er sprake geweest van een uitvoeringshandeling, waarbij er een nauwe en bewuste samenwerking bestond tussen verdachte als chauffeur en degene die de verborgen ruimte kon bedienen, de medeverdachte [medeverdachte] als degene die de transactie aanstuurde en het Signal-contact met wie zowel verdachte als medeverdachte [medeverdachte] contact onderhielden.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

op 14 mei 2021, te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, van een voorwerp, te weten ongeveer €138.680,-, de vindplaats en de verplaatsing heeft verborgen, terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf en ongeveer €138.680,-, in elk geval een geldbedrag, heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straffen en maatregelen

7.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft verzocht om een taakstraf voor de duur van 150 uren op te leggen, waarvan 60 uren voorwaardelijk en met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het witwassen van een aanzienlijk geldbedrag. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Opbrengsten van misdrijven worden hierdoor aan het zicht van justitie onttrokken, waardoor witwassen ook het plegen van misdrijven aantrekkelijk kan maken. Het aangetroffen geldbedrag in de auto van verdachte was niet alleen van misdrijf afkomstig, maar ook bestemd voor de aankoop van verdovende middelen. Door het vervoeren van dit bedrag heeft verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van de criminele keten van de handel in verdovende middelen.

In het kader van de strafoplegging heeft de rechtbank gekeken naar het strafblad van verdachte van 20 december 2024, waaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit. Daarnaast heeft de rechtbank gekeken naar de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting. Voor witwassen gaat de rechtbank uit van de oriëntatiepunten voor fraudedelicten. Hieruit volgt dat bij een benadelingsbedrag van

€ 138.600,- een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enkele maanden op zijn plaats is.

De rechtbank heeft echter ook geconstateerd dat de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) is overschreden. De redelijke termijn is aangevangen op 14 mei 2021, nu verdachte er door zijn inverzekeringstelling op dat moment in redelijkheid vanuit kon gaan dat tegen hem strafvervolging zou worden ingesteld ter zake van het onderhavige feit. Nu het vonnis zal worden uitgesproken op 20 februari 2025 is de redelijke termijn met meer dan 21 maanden overschreden. Deze vertraging is niet aan verdachte te wijten. De rechtbank zal hier in strafmatigende zin rekening mee houden door te kiezen voor een andere strafmodaliteit, in de vorm van een taakstraf. De rechtbank ziet vanwege het grote tijdsverloop en het feit dat er geen hulpvraag bestaat bij verdachte, daarbij geen aanleiding om een voorwaardelijk strafdeel op te leggen.

Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 180 uren passend en geboden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, naar de maatstaf van twee uren per dag.

8 Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

  • Een geldbedrag van € 138.680,- (G6056466);

  • 1 personenauto (Volkswagen) (G6056483);

  • 1 STK elastiek (G6056539);

  • 1 STK elastiek (G6056537);

  • 1 STK elastiek (G6056536);

  • 1 STK tas (G6056533);

  • 1 STK GSM (G6056484).

8.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het inbeslaggenomen geldbedrag, de tas met daarbij de elastieken en de telefoon van verdachte verbeurd moeten worden verklaard. Daarnaast heeft de officier van justitie gesteld dat de inbeslaggenomen Volkswagen moet worden onttrokken aan het verkeer.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de inbeslaggenomen telefoon dient te worden geretourneerd aan verdachte, nu in de aangetroffen berichten op de telefoon niet over strafbare feiten is gesproken. Ten aanzien van de overige inbeslaggenomen voorwerpen heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal het in beslag genomen geldbedrag en de tas met daarbij de elastieken verbeurd verklaren, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het bewezen verklaarde feit is begaan.

De in beslag genomen Volkswagen wordt onttrokken aan het verkeer. Het betreft hier een personenauto met een professioneel ingerichte verborgen ruimte, waarin het aangetroffen contante geldbedrag is vervoerd en die dus tot het begaan van het bewezenverklaarde feit is bestemd. De verborgen ruimte maakt dat de auto is toegerust om goederen aan het toezicht te onttrekken, waardoor criminele activiteiten in stand worden gehouden. Het ongecontroleerde bezit van een auto met een verborgen ruimte doet dan ook afbreuk aan een effectieve voorkoming en bestrijding van die criminele doeleinden en is daarom in strijd met het algemeen belang in de zin van artikel 36c van het Wetboek van Strafrecht.

De in beslag genomen telefoon zal worden geretourneerd aan verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank is uit het procesdossier onvoldoende gebleken dat deze telefoon een zodanige rol heeft gespeeld bij het begaan van het strafbare feit, dat verbeurd verklaring dient te volgen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van witwassen .

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 180 (honderdtachtig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 (negentig) dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.

Verklaart verbeurd:

  • Een geldbedrag van € 138.680,- (G6056466);

  • 1 STK elastiek (G6056539);

  • 1 STK elastiek (G6056537);

  • 1 STK elastiek (G6056536);

  • 1 STK tas (G6056533).

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

1 personenauto (Volkswagen) (G6056483).

Gelast de teruggave aan verdachte van:

1 STK GSM (G6056484).

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.M. van Hall, voorzitter,

mrs. A.A. Spoel en L. Noyon, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.M. Bos, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 februari 2025.

[---]

2 [---]

[---]

4 [---]

[---]