Strafprocesrecht
De rechtbank verklaart zich onbevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde.
Rechtbank Amsterdam, 2 juli 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:7402 · Rechtbank Amsterdam · 2 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafprocesrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2026-7402
Zaakgegevens
Op 2 juli 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 juli 2026
- Datum publicatie
- 20 juli 2026
- Zaaknummer
- 71/155639-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:7402
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank verklaart zich onbevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 71/155639-25
Datum uitspraak: 2 juli 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
B.V. [verdachte] ,
gevestigd te: [adres] .
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 juli 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. N. Huisman en van wat de gemachtigd raadsman van verdachte, mr. P.J. van Hagen, naar voren hebben gebracht.
2 Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
B.V. [verdachte] ,
op een of meer tijdstippen,
in of omstreeks de periode van 22 januari 2024 tot en met 26 september 2024,
te Amsterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
opzettelijk, zonder een daartoe door de [naam bank] Bank verleende vergunning,
het bedrijf van wisselinstelling heeft uitgeoefend zoals bedoeld in artikel 1:1 van de
Wet op het financieel toezicht, terwijl hij zijn zetel in Nederland heeft,
door het meermalen wisselen van één valuta bankbiljetten en/of muntgeld voor een
andere valuta bankbiljetten en/of muntgeld, waaronder:
- de wisseltransactie op 10 september 2024, en
- de wisseltransactie op 26 september 2024.
3 Bevoegdheid tot kennisneming van het ten laste gelegde
De raadsman heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de rechtbank onbevoegd is tot kennisneming van het ten laste gelegde. Gelet op het feit dat een economisch delict aan verdachte is ten laste gelegd, is alleen de economische kamer van de rechtbank bevoegd om van dit feit kennis te nemen. Op de dagvaarding dient vermeld te worden dat verdachte wordt gedagvaard voor de economische kamer. In onderhavig geval staat op de dagvaarding vermeld dat verdachte is gedagvaard voor de meervoudige strafkamer.
De officier van justitie heeft zich ook op het standpunt gesteld dat de rechtbank onbevoegd is om van het ten laste gelegde kennis te nemen.
De rechtbank heeft bij mondelinge uitspraak zichzelf onbevoegd verklaard tot kennisneming van het ten laste gelegde. Gelet op het bepaalde in artikel 38 van de Wet op de economische delicten en artikel 52 van de Wet op de rechterlijke organisatie, is slechts de economische kamer van de rechtbank bevoegd om van deze strafzaak kennis te nemen. Verdachte is echter gedagvaard om voor de meervoudige strafkamer te verschijnen. Daarbij komt dat geen van de leden van de combinatie afzonderlijk behoort tot de economische kamer, zodat de behandeling van de strafzaak ook op die grond geen doorgang kan vinden.
4 Beslissing
De rechtbank komt op grond hiervan tot de volgende beslissing.
Verklaart zich onbevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde.
Dit vonnis is gewezen door
mr. E. Biçer, voorzitter,
mr. H.E. Hoogendijk en mr. I. Timmermans, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Ç.H. Dede, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 juli 2026.