Strafprocesrecht
Verschoningsverzoek toegewezen.
Rechtbank Amsterdam, 23 juni 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:8379 · Rechtbank Amsterdam · 23 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafprocesrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2021-8379
Zaakgegevens
Op 23 juni 2021 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 23 juni 2021
- Datum publicatie
- 31 juli 2025
- Zaaknummer
- C/13/771237 / HA RK 25-205
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2021:8379
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verschoningsverzoek toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer
Beslissing op het onder rekestnummer C/13/771237 / HA RK 25/205 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
mr. L. Baroud, strafrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.
1 De procedure
Bij de afdeling strafrecht van de Rechtbank te Amsterdam is onder parketnummer [nummer 1] (inclusief [nummer 2] (TUL) een zaak aanhangig die is toegewezen aan de rechter. Op 19 juni 2025 heeft de rechter met betrekking tot deze zaak bij de Wrakingskamer een verschoningsverzoek ingediend.
2 Het verzoek
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat het de rechter bij de voorbereiding van de behandeling is gebleken dat zij in haar voormalige dienstbetrekking betrokken is geweest bij een procespartij in deze zaak.
3 De beoordeling
Op grond van het bepaalde in artikel 518 van het Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, gelet op hetgeen de rechter aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd, te weten dat zij tot 2016 strafrechtadvocaat is geweest en de verdachte toen meerdere malen heeft bijgestaan in strafzaken. Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen.
De rechtbank:
? wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van de zaak met parketnummer [nummer 1] (inclusief [nummer 2] (TUL) wordt voortgezet voor een andere rechter;
? beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:
? de raadsman van verdachte;
? de rechter; en
? de officier van justitie.
Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. I.M. Bilderbeek,
leden, op 23 juni 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.