Strafprocesrecht
Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. De rechter heeft de zaak niet meer in behandeling.
Rechtbank Amsterdam, 14 maart 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:1686 · Rechtbank Amsterdam · 14 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafprocesrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2025-1686
Zaakgegevens
Op 14 maart 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 14 maart 2025
- Datum publicatie
- 17 maart 2025
- Zaaknummer
- C/13/765845 / HA RK 25-78
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2025:1686
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. De rechter heeft de zaak niet meer in behandeling.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Beslissing op het op 28 februari 2025 bij de rechtbank ingekomen verzoek tot wraking en onder zaaknummer C/13/765845 / HA RK 25/78 ingeschreven van:
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
raadsvrouw mr. N. Harlequin,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. A.J.R. M. Vermolen, politierechter, hierna: de rechter.
Verloop van de procedure
De Wrakingskamer heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken:
- het proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de politierechter op 28 februari 2025 met daarin opgenomen het verzoek tot wraking.
1. De ontvankelijkheid van het verzoek
Verzoekster is verdachte in een zaak die op 28 februari 2025 bij de rechter in behandeling was met parketnummer 13.072303.24. Tijdens de behandeling van die zaak heeft verzoekster de rechter gewraakt. Hierop is het onderzoek ter terechtzitting geschorst totdat op dit wrakingsverzoek zal zijn beslist. De rechter gaat per 29 april 2025 met pensioen en zal nadien geen zaken meer behandelen. Gelet op de verhinderdata van (de raadsvrouw van) verzoekster en de rechter is het uitgesloten dat de strafzaak tegen verzoekster bij de rechter wordt aangebracht (ongeacht de uitkomst van de wrakingsprocedure).
Nu de zaak niet meer bij de rechter in behandeling zal zijn, heeft verzoekster geen belang meer bij haar verzoek tot wraking van de rechter en zal zij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven.
2. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De rechtbank:
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, en N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek, leden, en uitgesproken op 14 maart 2025.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv geen voorziening open.