Strafprocesrecht
Wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Het verzoek is gedaan terwijl de rechter was begonnen met het…
Rechtbank Amsterdam, 24 maart 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:3049 · Rechtbank Amsterdam · 24 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafprocesrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2026-3049
Zaakgegevens
Op 24 maart 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 maart 2026
- Datum publicatie
- 25 maart 2026
- Zaaknummer
- C/13/785114 / HA RK 26-92
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:3049
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Het verzoek is gedaan terwijl de rechter was begonnen met het doen van uitspraak.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Beslissing van 24 maart 2026 op het op 5 maart 2026 gedane, op 19 maart 2026 bij de Wrakingskamer ingekomen en onder zaaknummer C/13/785114 / HA RK 26-92 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. M.A.E. Somsen, rechter te Amsterdam, hierna: de rechter.
1
1. Verloop van de procedure
De Wrakingskamer heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van de terechtzitting op 5 maart 2026. Aan de orde was de behandeling door de rechter van een door verzoeker als klager ingediend klaagschrift in de zaak met parketnummer 13/225256-24 . In het proces-verbaal is onder meer opgenomen dat verzoeker de rechter heeft gewraakt.
De rechter berust niet in de wraking.
2 De ontvankelijkheid van het verzoek
Het wrakingsverzoek is blijkens het proces-verbaal gedaan nadat het onderzoek ter terechtzitting was gesloten en de rechter was aangevangen met het doen van uitspraak. Een verzoek tot wraking moet worden gedaan voordat in de hoofdzaak een aanvang is gemaakt met het doen van de einduitspraak (artikel 1, vijfde lid van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Amsterdam). Verzoeker dient dan ook niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek te worden verklaard. Als verzoeker het niet eens is met de uitspraak van de rechter of de wijze waarop deze de zaak behandeld heeft, zal hij daartegen een rechtsmiddel moeten aanwenden. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan dan ook achterwege blijven.
Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2026.
Tegen deze beslissing staat geen voorziening open.