Strafrecht overig
bezwaarschrift ex artikel 6:6:23, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk, niet…
Rechtbank Amsterdam, 16 februari 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:1539 · Rechtbank Amsterdam · 16 februari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/beschikking/ecli-nl-rbams-2021-1539
Zaakgegevens
Op 16 februari 2021 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 februari 2021
- Datum publicatie
- 1 april 2021
- Zaaknummer
- RK 20/6190
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2021:1539
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
bezwaarschrift ex artikel 6:6:23, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk, niet binnen de termijn ingediend.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar]beslissing
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/192051-19
RK: 20/6190
Beslissing op het bezwaarschrift ex artikel 6:6:23, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[veroordeelde],
geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres
[adres],
thans gedetineerd in de [detentieadres],
woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman,
mr. R.J.H. Titahena,
[kantooradres],
hierna te noemen: veroordeelde.
1 Procesgang
De politierechter in deze rechtbank heeft op 12 september 2019 veroordeelde een taakstraf van 60 uren opgelegd. De politierechter heeft bevolen dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 30 dagen zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk.
Het Openbaar Ministerie heeft op 8 december 2020 beslist dat de vervangende hechtenis wordt toegepast en hiervan aan de veroordeelde kennis gegeven. De kennisgeving van deze beslissing is op 8 december 2020 aan veroordeelde betekend.
Het bezwaarschrift is op 24 december 2020 op de griffie van deze rechtbank ingediend.
2 Inhoud van het bezwaarschrift
Het bezwaarschrift richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie. Het strekt ertoe dat de politierechter de beslissing van het Openbaar Ministerie tot toepassing van de vervangende hechtenis wijzigt en de veroordeelde in de gelegenheid stelt zijn taakstraf alsnog te verrichten.
In raadkamer op 16 februari 2021 heeft de waarnemend raadsvrouw, mr. J.T. Brassé, de rechtbank verzocht ervan uit te gaan dat veroordeelde 21 december 2020 de kennisgeving van omzetting heeft ontvangen.
3 De ontvankelijkheid van het bezwaarschrift
De politierechter heeft geconstateerd dat het bezwaarschrift op 24 december 2020 is ingediend en dat uit het dossier blijkt dat de kennisgeving van de omzetting van de taakstaf al op 8 december 2020 aan veroordeelde in de Penitentiaire Inrichting is betekend. De politierechter heeft geconstateerd dat het bezwaarschrift dus niet binnen de in artikel 6:6:23, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering gestelde termijn is ingediend. Op grond hiervan is de politierechter van oordeel dat de veroordeelde niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn bezwaarschrift.
4 Beslissing
De politierechter verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn bezwaarschrift.
Deze beslissing is gegeven door
mr. E.G.C. Groenendaal, politierechter,
in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 februari 2021.