Strafrecht overig

PIJ-beschikking. De vordering van de officier van justitie wordt toegewezen en de PIJ-maatregel wordt…

Rechtbank Amsterdam, 22 september 2026

Zaakgegevens

Op 22 september 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
22 september 2026
Datum publicatie
16 oktober 2026
Zaaknummer
13.344515.21
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:10221
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

PIJ-beschikking. De vordering van de officier van justitie wordt toegewezen en de PIJ-maatregel wordt verlengd met zes maanden.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Team Familie & Jeugd

Parketnummer: 13.344515.21

Beslissing op de vordering van 21 juli 2026 van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak tegen:

[betrokkene],

hierna te noemen: [betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2004,

thans verblijvende te [detentieadres],

die bij vonnis van deze rechtbank van 1 september 2022 van deze rechtbank is veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna ook: PIJ-maatregel of de maatregel.

De maatregel is ingegaan op 8 september 2022.

De inhoud van de vordering

De vordering van de officier van justitie strekt tot een verlenging van de termijn van de PIJ-maatregel met 6 (zes) maanden.

De procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:

  • de termijnbrief van 9 april 2026;

  • het op grond van artikel 2:18 van het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen uitgebrachte advies van 30 juni 2026 van het [detentieadres] (hierna: [detentieadres]) om de PIJ-maatregel te verlengen voor de duur van 7 maanden, alsmede de overgelegde perspectiefplannen.

De rechtbank heeft op 22 september 2026 de vordering in de openbare raadkamer behandeld.

Verschenen en gehoord zijn:

  • de officier van justitie, mr. L. van Eck Rasmussen;

  • [betrokkene], bijgestaan door zijn raadsman, mr. C. Crince Le Roy, advocaat te Amsterdam;

  • mw. [persoon] als gedragswetenschapper namens [detentieadres].

De standpunten

Het advies van de JJI

[detentieadres] adviseert een verlenging van de PIJ-maatregel met 7 maanden. Ter terechtzitting heeft de gedragswetenschapper namens [detentieadres] toegelicht dat zij zich ook kunnen vinden in de vordering om de maatregel te verlengen met 6 maanden. De eerder geadviseerde 7 maanden zijn tot stand gekomen, omdat er ten tijde van het opstellen van het advies nog gezocht moest worden naar een nieuwe werkplek voor [betrokkene]. Die werkplek is inmiddels gevonden en met een positief beloop van het komende STP verwacht de gedragswetenschapper dat een verlenging van 6 maanden voldoende is. De gedragswetenschapper heeft daaraan toegevoegd dat binnen 4 weken uitsluitsel verwacht wordt over de aanvraag van het STP. Er is bij goedkeuring een woonplek voor [betrokkene] bij [woonplek], waarvoor alles inmiddels geregeld is.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering inhoudende dat de PIJ-maatregel van [betrokkene] dient te worden verlengd met 6 maanden. De officier van justitie vindt het positief om te horen dat [betrokkene] stappen maakt en hoopt dat hij dit volhoudt.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd tegen het verlengingsadvies van JJI Teylingereind en de vordering van de officier van justitie. [betrokkene] staat achter het plan.

De beoordeling

Gelet op het advies, het verhandelde in de raadkamer en artikel 6:6:31 van het Wetboek van Strafvordering oordeelt de rechtbank dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen en een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van [betrokkene] vereisen dat de PIJ-maatregel moet worden verlengd met 6 (zes) maanden. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

[betrokkene] heeft in de afgelopen periode hard gewerkt en een positieve ontwikkeling doorgemaakt. [betrokkene] heeft gedurende het verloop van de PIJ-maatregel verschillende interventies en therapievormen gevolgd; Leren van Delict, MDFT en een combinatie van vaktherapieën (PMT, beeldende- en muziektherapie) met schematherapeutische elementen. Het afronden van deze therapieën lijkt een gewenst effect te hebben. Inmiddels wordt het recidiverisico bij het direct wegvallen van de kaders van de PIJ-maatregel beoordeeld als matig. Daarnaast heeft [betrokkene] een baan gevonden en gaat hij 4 dagen per week met werkverlof. Verder is [betrokkene] volledig gestopt met blowen. Ook heeft hij een steunend familienetwerk in Nederland opgebouwd. Tot slot heeft [betrokkene] recentelijk zijn MBO-2 niveau diploma en zijn VCA-certificaat behaald. De rechtbank maakt [betrokkene] voor de voorgenoemde ontwikkelingen een compliment.

Met de JJI en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de maatregel moet worden verlengd met zes maanden. Deze verlenging is nodig om een zorgvuldige overgang van binnen naar buiten vorm te geven, zodat vrijheden gefaseerd uitgebreid kunnen worden en de geleerde vaardigheden verder bestendigd kunnen worden. Met [betrokkene] hoopt de rechtbank dat zijn STP-aanvraag zo spoedig mogelijk positief beoordeeld wordt, zodat [betrokkene] kan starten met zijn STP en kan gaan wonen bij [woonplek]. Daarbij is belangrijk dat [betrokkene] de komende periode de ingezette positieve stappen voort blijft zetten en mee blijft werken met de gestelde voorwaarden. Daarmee kan worden toegewerkt naar een succesvolle afronding van de PIJ-maatregel, waarbij het recidiverisico zo laag mogelijk is. De rechtbank vindt het positief dat [betrokkene] zich in het plan voor de komende maanden kan vinden.

De rechtbank gaat er op grond van de termijnbrief van 9 april 2026 vanuit dat de maatregel, rekening houdend met het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, derde volzin, van het Wetboek van Strafvordering en behoudens verlenging, voorwaardelijk eindigt op 24 februari 2027 en onvoorwaardelijk eindigt op 24 februari 2028.

De beslissing

De rechtbank:

- wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [betrokkene] met 6 (zes) maanden.

Deze beschikking is gegeven op de openbare terechtzitting van deze rechtbank door

mr. A. van Luijck, voorzitter tevens kinderrechter,

mrs. E.M. Devis en L.F. Bögemann, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.M. Elsman, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 september 2026.