Strafrecht overig
PIJ-beschikking. De (gewijzigde) vordering van de officier van justitie wordt toegewezen en de PIJ-maatregel…
Rechtbank Amsterdam, 22 september 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10222 · Rechtbank Amsterdam · 22 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/beschikking/ecli-nl-rbams-2026-10222
Zaakgegevens
Op 22 september 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 22 september 2026
- Datum publicatie
- 16 oktober 2026
- Zaaknummer
- 13.266936.20
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:10222
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
PIJ-beschikking. De (gewijzigde) vordering van de officier van justitie wordt toegewezen en de PIJ-maatregel wordt verlengd met negen maanden.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar]beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Team Familie & Jeugd
Parketnummer: 13.266936.20
Beslissing op de vordering van 21 juli 2026 van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak tegen:
[betrokkene],
hierna te noemen: [betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
thans verblijvende te [detentieadres],
die bij vonnis van deze rechtbank van 28 mei 2021 van deze rechtbank is veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna ook: PIJ-maatregel of de maatregel).
De maatregel is ingegaan op 12 juni 2021.
De inhoud van de vordering
De officier van justitie heeft aanvankelijk een vordering ingediend tot verlenging van de PIJ-maatregel met 7 (zeven) maanden. De officier van justitie heeft de vordering ter zitting mondeling gewijzigd en vordert nu een verlenging van de termijn met 9 (negen) maanden.
De procesgang
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
-
de termijnbrief van 9 april 2026;
-
het op grond van artikel 2:18 van het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen uitgebrachte advies van 3 juli 2026 van de [detentieadres] (hierna ook: [detentieadres]) om de PIJ-maatregel te verlengen voor de duur van 6 maanden, alsmede de overgelegde perspectiefplannen.
De rechtbank heeft op 22 september 2026 de vordering in de openbare raadkamer behandeld.
Verschenen en gehoord zijn:
-
de officier van justitie, mr. M. Modder;
-
[betrokkene], bijgestaan door haar raadsman, mr. K.H.T. van Gijssel, advocaat te Amsterdam;
-
[persoon] als gedragswetenschapper namens [detentieadres];
De standpunten
Het advies van de JJI
[detentieadres] adviseerde aanvankelijk een verlenging van de maatregel met zeven maanden. Er werd ingezet op een start van het Scholings- en Trainingsprogramma (hierna: STP) in oktober. Afgelopen juni heeft [betrokkene] echter geprobeerd een mobiele telefoon de JJI in te krijgen. Hoewel het positief is dat [betrokkene] de telefoon zelf bij het personeel heeft afgegeven, moet het STP door deze actie uitgesteld worden met twee maanden. Het gewijzigde STP-plan ligt inmiddels klaar om naar de officier van justitie gestuurd te worden.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft de termijn van de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel gewijzigd naar een verlenging met 9 maanden. Aanvankelijk was een verlenging van 7 maanden geadviseerd, maar naar aanleiding van het incident wat betreft het naar binnen de JJI in brengen van de telefoon is de termijn conform het advies van de deskundigen verlengd.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen verweer gevoerd tegen het verlengingsadvies van [detentieadres] en de vordering van de officier van justitie. [betrokkene] begrijpt dat haar STP twee maanden later kan starten als gevolg van het incident betreffende de telefoon.
De beoordeling
Gelet op het advies, het verhandelde in raadkamer en artikel 6:6:31 van het Wetboek van Strafvordering oordeelt de rechtbank dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen en een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van [betrokkene] vereisen dat de PIJ-maatregel moet worden verlengd met 9 (negen) maanden. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
De PIJ-maatregel van [betrokkene] is tot nu toe wisselend verlopen. [betrokkene] had aanvankelijk veel incidenten met groepsleiding en groepsgenoten. Naar aanleiding hiervan heeft [betrokkene] een periode op een ITA-afdeling moeten verblijven. Door de duidelijke regels en structuur op de ITA en het individuele programma in kleine groepjes, heeft [betrokkene] een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Er werd gezien dat [betrokkene] haar emoties beter onder controle kon houden. In die periode is zij begonnen met een stage bij de kantine van [detentieadres] en bij een koffiezaak genaamd [naam koffiezaak]. Hier heeft zij een positieve houding laten zien, zowel in het contact met het personeel als de andere jongeren. Ook is [betrokkene] begonnen met schemagerichte beeldende therapie, waar zij zich uiteindelijk positief voor heeft ingezet. In november 2025 is de moeder van [betrokkene] plotseling overleden, wat voor haar als een klap kwam en een belangrijk onderwerp is geworden in haar behandeling. Sinds het onverwachte verlies lijkt het erop dat er bij [betrokkene] een intrinsieke motivatie is aangewakkerd om prosociale keuzes te maken. Sinds eind 2025 heeft [betrokkene] begeleid verlof, wat verlopen is zonder incidenten. Hoewel [betrokkene] het soms nog lastig vindt om haar emoties te reguleren wanneer zij onrecht ervaart, heeft de periode na haar overplaatsing naar de reguliere meidenafdeling De Bron in [detentieadres] ook niet geleid tot incidenten. Vanwege deze positieve ontwikkeling is [betrokkene] in april 2026 gestart met semi-onbegeleide verloven en in mei 2026 met volledig onbegeleide verloven. Inmiddels heeft zij een baantje bij Zuivere Koffie, waar zij vier dagen per week werkt. Naast haar werkverloven gaat [betrokkene] één dag in de week met verlof naar haar familie. De rechtbank maakt [betrokkene] voor deze positieve ontwikkelingen een compliment.
De kernproblematiek van [betrokkene] is op dit moment echter nog niet volledig bewerkt. Als de kaders van de PIJ-maatregel op dit moment wegvallen, wordt verwacht dat de beschermende factoren die een buffer vormen tegen de risicofactoren nog onvoldoende bestendigd zijn. De kans is groot dat haar wantrouwen op de voorgrond komt te staan richting hulpverlening en dat zij terug zal vallen op haar overlevingsmechanismen, waarbij zij een controlerende en dwingende houding kan aannemen richting anderen. Het recidiverisico wordt zonder de kaders van de PIJ-maatregel daarom als matig tot hoog ingeschat. De JJI verwacht dat de kernproblematiek niet verder bewerkt zal worden binnen de PIJ-maatregel, maar dat het uitbreiden en bestendigen van beschermende factoren daarom van belang is om hier voldoende weerstand tegen te bieden.
Met de JJI is de rechtbank daarom van oordeel dat de maatregel moet worden verlengd met 9 maanden. Deze verlenging is nodig om een zorgvuldige overgang van binnen naar buiten vorm te geven, zodat de vrijheden gefaseerd uitgebreid kunnen worden en de geleerde vaardigheden en beschermende factoren die een buffer vormen tegen de risicofactoren verder bestendigd kunnen worden. Daarbij is belangrijk dat [betrokkene] de komende periode de ingezette positieve stappen voort blijft zetten, zich aan de regels houdt en mee blijft werken met de gestelde voorwaarden. Daarmee kan worden toegewerkt naar een succesvolle afronding van de PIJ-maatregel, waarbij het recidiverisico zo laag mogelijk is. De rechtbank vindt het positief dat [betrokkene] zich in het plan voor de komende maanden kan vinden, en ook begrijpt dat de aanvang van haar STP door het in de JJI brengen van de telefoon iets verlaat is. Daarnaast vindt de rechtbank het positief dat [betrokkene] open en eerlijk is geweest over de omstandigheden rondom het incident met de telefoon. Zij heeft daarover zelf opgemerkt dat zij dit in het verleden nooit zou hebben toegegeven. De rechtbank ziet dit als een bevestiging van de positieve ontwikkeling die [betrokkene] de afgelopen jaren heeft doorgemaakt.
De rechtbank gaat er op grond van de termijnbrief van 9 april 2026 vanuit dat de maatregel, rekening houdend met het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, derde volzin, van het Wetboek van Strafvordering en behoudens verlenging, voorwaardelijk eindigt op 22 mei 2027 en onvoorwaardelijk eindigt op 22 mei 2028.
De beslissing
De rechtbank:
- wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [betrokkene] met 9 (negen) maanden.
Deze beschikking is gegeven op de openbare terechtzitting van deze rechtbank door
mr. L.F. Bögemann, voorzitter tevens kinderrechter,
mrs. E.M. Devis en J.W.B. Snijders Blok, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.M. Elsman, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 september 2026.