Belastingrecht
Het beroep is niet-ontvankelijk omdat de beroepsgronden slechts kunnen leiden tot een verhoging van het…
Rechtbank Arnhem, 30 september 2008
ECLI:NL:RBARN:2008:BL1027 · Rechtbank Arnhem · 30 september 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-arnhem/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbarn-2008-bl1027
Zaakgegevens
Op 30 september 2008 heeft de Rechtbank Arnhem in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank ArnhemRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 september 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/369
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBARN:2008:BL1027
Samenvatting
Het beroep is niet-ontvankelijk omdat de beroepsgronden slechts kunnen leiden tot een verhoging van het belastbaar inkomen uit werk en woning.
Uitspraak
RECHTBANK ARNHEM
Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer
registratienummer: AWB 08/369
uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
van 30 september 2008
inzake
[X], wonende te [Z] ([Q]), eiseres,
tegen
de inspecteur van de Belastingdienst/Randmeren, kantoor Zwolle, verweerder.
1. Ontstaan en loop van het geding
Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2005 een aanslag (aanslagnummer [00].H.56) inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 25.433.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 26 november 2007 de aanslag gehandhaafd.
Eiseres heeft daartegen bij brief van 3 januari 2008, ontvangen bij de rechtbank op 4 januari 2008 beroep ingesteld.
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juli 2008 te Arnhem.
Namens verweerder is verschenen . Eiseres is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 5 juni 2008 aan [X] op het adres [a-straat 1] te [Z] ([Q]), onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Eiseres is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden.
2. Feiten
Op grond van de stukken van het geding en de geloofwaardige verklaring van verweerder ter zitting, stelt de rechtbank als tussen partijen niet in geschil, de volgende feiten vast.
Eiseres heeft in haar aangifte een bedrag van € 16.254 aan winst uit onderneming opgegeven. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een onderneming en bij het opleggen van de aanslag de winst uit onderneming met dit bedrag verlaagd.
3. Geschil
In geschil is de vraag of de activiteiten van eiseres zijn aan te merken als winst uit onderneming, welke vraag eiseres bevestigend en verweerder ontkennend beantwoordt.
4. Beoordeling van het geschil
Nu de beroepsgronden slechts kunnen leiden tot een verhoging van het belastbaar inkomen uit werk en woning, dient het beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
5. Proceskosten
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
6. Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 30 september 2008 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. R.A.V. Boxem, rechter, in tegenwoordigheid van M. Eggink, griffier.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.