Belastingrecht
Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van aftrekbare zorgkosten
Rechtbank Den Haag, 16 januari 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:307 · Rechtbank Den Haag · 16 januari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2017-307
Zaakgegevens
Op 16 januari 2017 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 16 januari 2017
- Datum publicatie
- 13 januari 2017
- Zaaknummer
- AWB - 16 _ 7064
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2017:307
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van aftrekbare zorgkosten
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 16 januari 2017deze uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2017:307
Gerechtshof Den Haag · 30 juni 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:1939(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 16/7064
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
16 januari 2017 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
en
de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [kantoorplaats], verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 25 juli 2016 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2013 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV).
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 januari 2017. Eiser is niet verschenen.
Eiser heeft buiten de daarvoor geldende termijn tweemaal een verzoek om uitstel van de zitting ingediend. Die verzoeken zijn afgewezen, omdat de reden waarom eiser om uitstel heeft gevraagd niet kan worden aangemerkt als een uitzonderlijke omstandigheid. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon] .
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Eiser heeft voor het jaar 2013 aangifte IB/PVV gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 8.736. Daarbij heeft eiser € 4.612 in aftrek gebracht voor specifieke zorgkosten.
2. Bij het vaststellen van de aanslag heeft verweerder de aftrek voor specifieke zorgkosten niet geaccepteerd. Het belastbaar inkomen is derhalve vastgesteld op € 13.348 en daarbij is tevens € 116 aan belastingrente in rekening gebracht.
3. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd.
4. In geschil is of de aanslag naar het juiste bedrag is opgelegd en of tot het juiste bedrag belastingrente in rekening is gebracht. Meer in het bijzonder is in geschil of verweerder de onder 1 genoemde specifieke zorgkosten terecht niet in aftrek heeft toegelaten.
5. Eiser heeft aangevoerd dat de aftrek van specifieke zorgkosten ten onrechte is geweigerd.
6. De bewijslast dat sprake is van aftrekbare zorgkosten rust op eiser. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser niet in deze op hem rustende bewijslast geslaagd. Eiser heeft immers - ondanks daartoe door verweerder enkele malen in de gelegenheid te zijn gesteld - geen bewijsstukken, zoals rekeningen en/of betaalbewijzen, overgelegd waaruit blijkt dat hij in 2013 specifieke zorgkosten heeft gemaakt. Derhalve kan niet worden vastgesteld of de door eiser opgevoerde specifieke zorgkosten voor aftrek in aanmerking komen. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank de specifieke zorgkosten dan ook terecht niet in aftrek geaccepteerd.
7. Eiser heeft geen afzonderlijke gronden ingediend tegen de berekening van de belastingrente. Niet gebleken is dat de belastingrente ten onrechte of tot een te hoog bedrag is berekend.
8. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. de Hek, rechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Habetian, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2017.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.