Belastingrecht
Tussen bezwaar en ingebrekestelling is meer dan twaalf jaar verstreken. Tussen ingebrekestelling en beroep is…
Rechtbank Den Haag, 7 oktober 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:10405 · Rechtbank Den Haag · 7 oktober 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2020-10405
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2020 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2020
- Datum publicatie
- 19 oktober 2020
- Zaaknummer
- 20_209
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2020:10405
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tussen bezwaar en ingebrekestelling is meer dan twaalf jaar verstreken. Tussen ingebrekestelling en beroep is een jaar en acht maanden verstreken. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een onredelijk laat ingediend beroep. Beroep niet-ontvankelijk.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 7 oktober 2020deze uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2020:10405
Gerechtshof Den Haag · 25 mei 2021
ECLI:NL:GHDHA:2021:1038Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Hoge Raad · 2 september 2022
ECLI:NL:HR:2022:1136
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 20/209
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 oktober 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
en
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het door verweerder niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2001.
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 september 2020.
Eiseres is verschenen, bijgestaan door [A] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [B] en mr. [C] .
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. De aanslag IB/PVV voor het jaar 2001 is met dagtekening 1 november 2005 aan eiseres opgelegd. Tussen partijen is niet in geschil dat tijdig bezwaar is ingediend. Bij gebrek aan concrete gegevens gaat de rechtbank er dan ook van uit dat het bezwaar uiterlijk begin 2006 is ingediend.
2. Verweerder stelt dat met dagtekening 7 april 2008 uitspraak is gedaan op het bezwaar van eiseres. Ter onderbouwing heeft verweerder een schermprint overgelegd. Volgens verweerder kan verzending van de uitspraak op bezwaar niet meer nader worden onderbouwd.
3. Met dagtekening 23 april 2018 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld. Het pro-forma beroepschrift heeft dagtekening 24 december 2019 en is op 31 december 2019 door de rechtbank ontvangen.
4. Op grond van het bepaalde in artikel 6:12, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank is in het onderhavige geval sprake van een onredelijk laat ingediend beroep. Daartoe overweegt de rechtbank dat tussen het indienen van bezwaar en de ingebrekestelling een periode van meer dan twaalf jaar is verstreken en tussen de ingebrekestelling en het beroep een jaar en acht maanden. Wat eiseres daarvoor heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel.
5. Nu sprake is van een onredelijk laat ingediend beroep, is het beroep niet-ontvankelijk en behoeft de vraag of op het bezwaar tegen de aanslag is beslist geen behandeling.
6. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2020.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,
2500 EH Den Haag.