Belastingrecht
Aanmaningskosten ter zake van aanslag waartegen bezwaar is gemaakt zijn ten onrechte in rekening gebracht…
Rechtbank Den Haag, 20 mei 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:5340 · Rechtbank Den Haag · 20 mei 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2021-5340
Zaakgegevens
Op 20 mei 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 20 mei 2021
- Datum publicatie
- 26 mei 2021
- Zaaknummer
- 19_7125
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:5340
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanmaningskosten ter zake van aanslag waartegen bezwaar is gemaakt zijn ten onrechte in rekening gebracht. Beroep gegrond.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 20 mei 2021deze uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2021:5340
Gerechtshof Den Haag · 5 juli 2022
ECLI:NL:GHDHA:2022:1282Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Hoge Raad · 14 april 2023
ECLI:NL:HR:2023:592Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 19/7125
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2021 in de zaak tussen
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser
en
de ontvanger van de Belastingdienst, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 1 oktober 2019 op het bezwaar van eiser tegen in rekening gebrachte aanmaningskosten.
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 mei 2021.
Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [A].
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanmaningskosten tot nihil en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiser te vergoeden.
Overwegingen
1. Aan eiser is een aanslag IB/PVV voor het jaar 2014 opgelegd (de aanslag). Met dagtekening 16 juli 2019 is hij ter zake van deze aanslag aangemaand waarbij een bedrag van € 16,00 aan aanmaningskosten in rekening is gebracht.
2. Met dagtekening 23 juli 2019 is voor de aanslag uitstel van betaling verleend.
3. Het bezwaar tegen de in rekening gebrachte aanmaningskosten is bij de bestreden uitspraak op bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.
4. Tussen partijen is niet langer in geschil dat de uitspraak op bezwaar niet in stand kan blijven. Verweerder heeft toegelicht dat in eerste instantie per abuis geen uitstel van betaling is verleend, terwijl eiser reeds op 28 juni 2019 bezwaar heeft gemaakt tegen de aanslag. De rechtbank sluit zich hierbij aan en heeft de in rekening gebrachte aanmaningskosten verminderd tot nihil.
5. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond verklaard.
6. In zijn beroepschrift heeft eiser tevens gronden aangevoerd tegen de aanslag. Deze gronden kunnen in deze procedure niet beoordeeld worden aangezien hier uitsluitend de beslissing van de ontvanger over de aanmaningskosten voorligt.
7. Op de zitting zijn ook andere zaken van eiser behandeld. In die zaken is niet de ontvanger, maar de inspecteur van de belastingdienst verweerder. Eiser heeft verzocht om een proceskostenvergoeding van € 50 voor alle op deze zitting behandelde zaken. Uit het oogpunt van doelmatigheid zal de rechtbank op dit verzoek beslissen in de zaken waarin de inspecteur verweerder is.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J. Ebbeling, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,
2500 EH Den Haag.