Belastingrecht
Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij een alimentatieverplichting had jegens haar ex-partner…
Rechtbank Den Haag, 21 februari 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:2045 · Rechtbank Den Haag · 21 februari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/belastingrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbdha-2018-2045
Zaakgegevens
Op 21 februari 2018 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 februari 2018
- Datum publicatie
- 22 februari 2018
- Zaaknummer
- 17_5344
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2018:2045
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij een alimentatieverplichting had jegens haar ex-partner. Verweerder heeft de door eiseres in haar aangifte opgevoerde persoonsgebonden aftrek terecht buiten aanmerking gelaten. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 21 februari 2018deze uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2018:2045
Gerechtshof Den Haag · 2 april 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:797Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 17/5344
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2018 in de zaak tussen
[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. R.H. van Zon),
en
de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats], verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 21 juni 2017 op het bezwaar van eiseres tegen de voor het jaar 2014 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 februari 2018.
Namens eiseres is verschenen haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon 1] en [persoon 2].
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten en onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Voor de rechtbank is in geschil of verweerder bij het vaststellen van de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2014 terecht de door eiseres opgevoerde persoonsgebonden aftrek buiten aanmerking heeft gelaten. Eiseres heeft gesteld dat zij recht heeft op die aftrek omdat zij een alimentatieverplichting zou hebben jegens [persoon 3], bestaande uit het betalen van hypotheeklasten.
2. Gegeven de duidelijke bewoording van de overeenkomst tot beëindiging van het geregistreerd partnerschap van 11 oktober 2013 tussen eiseres en [persoon 3], en mede gelet op de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 3 april 2014, acht de rechtbank niet aannemelijk dat eiseres een alimentatieverplichting had jegens [persoon 3] bestaande uit het betalen van de hypotheeklasten.
3. De rechtbank acht de door eiseres aangevoerde jurisprudentie niet van toepassing nu de feiten en omstandigheden waarop die jurisprudentie berust naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende vergelijkbaar zijn met die van eiseres.
4. Dit betekent tevens dat de rechtbank geen aanleiding vindt om [persoon 4] als getuige op te roepen, zoals namens eiseres is verzocht.
5. De slotsom is dat verweerder de persoonsgebonden aftrek terecht niet in aanmerking heeft genomen bij het vaststellen van de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2014.
6. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep ongegrond verklaard.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C.H.M. Lips, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2018.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na uitspraakdatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,
2500 EH Den Haag.