Bestuursprocesrecht
Verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk. Het griffierecht is niet (tijdig) voldaan.
Rechtbank Den Haag, 24 januari 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:2274 · Rechtbank Den Haag · 24 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-2274
Zaakgegevens
Op 24 januari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 januari 2025
- Datum publicatie
- 18 februari 2025
- Zaaknummer
- 24_10069
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2274
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk. Het griffierecht is niet (tijdig) voldaan.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/10069
uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 januari 2025 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
en
het college van burgemeester en wethouders van Leiden, verweerder
Inleiding
Met de e-mail van 24 november 2024 is geantwoord op een aantal vragen van verzoekster over de het ontbreken van een omzettingsvergunning voor haar huurwoning.
Met de beslissing van 27 december 2024 is het bezwaar van verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk verklaart.
Verzoekster heeft hiertegen beroep ingediend en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht de betrokkene niet kan worden toegerekend.
3. Bij aangetekende nota van 28 december 2024 is verzoekster verzocht om het griffierecht te betalen, en is aangegeven dat als verzoekster de nota niet binnen twee weken betaalt, het verzoek niet-ontvankelijk zal worden verklaard. De voorzieningenrechter constateert dat het verschuldigde griffierecht door verzoekster niet is voldaan en dat de termijn om dit te doen inmiddels is verstreken. Ook heeft verzoekster geen reden aangedragen waarom zij heeft nagelaten het griffierecht te betalen. Vanwege het uitblijven van de betaling verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat dan ook geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.C. Laagland, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.T. van Bruggen, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2025.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: