Bestuursprocesrecht
Verzoek VoVo. Geen lopende bezwaarprocedure, geen connexiteit. Verzoek n-o.
Rechtbank Den Haag, 21 maart 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:7488 · Rechtbank Den Haag · 21 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-7488
Zaakgegevens
Op 21 maart 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 21 maart 2025
- Datum publicatie
- 2 mei 2025
- Zaaknummer
- AWB 25/3182
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7488
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek VoVo. Geen lopende bezwaarprocedure, geen connexiteit. Verzoek n-o.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/3182
uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 maart 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. drs. M.F. van der Lubbe).
Inleiding
1. Verzoeker heeft een verblijfsvergunning aangevraagd voor het verrichten van arbeid als zelfstandige. Met het primaire besluit van 15 maart 2024 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Bij besluit van 31 januari 2025 is het bezwaar van verzoeker door verweerder niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft hiertegen op 6 februari 2025 beroep ingesteld, zodat het al aanhangige verzoek om een voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.
2. Daarnaast heeft (de toenmalig gemachtigde van) verzoeker op 6 februari 2025 nog een verzoek gedaan om een voorlopige voorziening te treffen gedurende de bezwaarschriftprocedure, maar met verwijzing naar de beschikking van 31 januari 2025.
3. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op dit laatste verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker van 6 februari 2025.
4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 6 maart 2025 op zitting behandeld. Ter zitting zijn verschenen: verzoeker, E. Battaloglu als tolk en de gemachtigde van verweerder. Het verzoek is gelijktijdig behandeld met de procedures van verzoeker bekend onder nummers AWB 24/6432 (voorlopige voorziening) en AWB 25/3033 (beroep).
Beoordeling door de voorzieningenrechter
5. Ter zitting heeft de voorzieningenrechter verzoeker een toelichting gevraagd over de ingediende procedures. Verzoeker heeft aangegeven dat hij niet weet waarom zijn toenmalige gemachtigde dit op deze wijze heeft gedaan. De voorzieningenrechter stelt vast dat het formulier is gebruikt dat ziet op het indienen van een voorlopige voorziening voor de duur van de bezwaarschriftprocedure. Tegen het primaire besluit van 15 maart 2024 loopt echter geen bezwaarprocedure meer, omdat bij besluit van 31 januari 2025 op het bezwaar van verzoeker is beslist. Alleen wanneer er sprake is van een lopende bezwaarprocedure, kan iemand een verzoek om voorlopige voorziening doen. Voor zover verzoeker heeft bedoeld om een voorlopige voorziening te vragen gedurende de beroepsprocedure, dan is ook dat verzoek niet-ontvankelijk, omdat dat verzoek al in behandeling is (AWB 24/6432).
Conclusie en gevolgen
6. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening van 6 februari 2025 niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.A. Braeken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M.A.F.C. Lienaerts, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2025.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: