Vreemdelingenrecht
eiser van Iraakse nationaliteit, Dublin Zweden, mondelinge uitspraak, beroep ongegrond
Rechtbank Den Haag, 22 december 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:16266 · Rechtbank Den Haag · 22 december 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbdha-2017-16266
Zaakgegevens
Op 22 december 2017 heeft de Rechtbank Den Haag in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 22 december 2017
- Datum publicatie
- 2 februari 2018
- Zaaknummer
- NL17 14274
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2017:16266
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
eiser van Iraakse nationaliteit, Dublin Zweden, mondelinge uitspraak, beroep ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL17.14274
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2017 in de zaak tussen
[eiser], eiser
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman).
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 5 december 2017 (het bestreden besluit).
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL17.14275, plaatsgevonden op 22 december 2017. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. S.A.M. Fikken, als waarnemer van zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en van Iraakse nationaliteit. Op 28 augustus 2017 heeft hij een asielaanvraag ingediend.
2. Uit onderzoek in Eurodac blijkt dat eiser eerder in Zweden heeft gevraagd om internationale bescherming. Zweden heeft ingestemd met het terugnameverzoek van de Nederlandse autoriteiten. Verweerder heeft vervolgens besloten de asielaanvraag van eiser niet in behandeling te nemen en eiser over te dragen aan Zweden.
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit omdat hij vreest dat Zweden hem zal uitzetten naar Irak.
4. Nu Zweden de verantwoordelijkheid voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser heeft geaccepteerd, geldt dat moet worden aangenomen dat Zweden de Europese asielrichtlijnen in acht zal nemen.
5. Voor zover eiser meent dat Zweden zich daar in zijn geval niet aan houdt, dient eiser daarover te klagen bij de Zweedse autoriteiten. Niet is gebleken dat eiser geen effectieve rechtsmiddelen heeft in Zweden.
6. Het door eiser gestelde gevaar van indirect refoulement is dan ook niet aannemelijk gemaakt.
7. De aanvraag is terecht niet in behandeling genomen.
8. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 december 2017.
|
griffier |
rechter |
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.