Vreemdelingenrecht
- Dublin Duitsland - Syrische nationaliteit
Rechtbank Den Haag, 16 maart 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:2669 · Rechtbank Den Haag · 16 maart 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbdha-2017-2669
Zaakgegevens
Op 16 maart 2017 heeft de Rechtbank Den Haag in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 16 maart 2017
- Datum publicatie
- 20 maart 2017
- Zaaknummer
- AWB 17/4850
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2017:2669
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
- Dublin Duitsland
- Syrische nationaliteit
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 17/4850
V-nummer: [nummer]
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 16 maart 2017 in de zaak tussen
[eiser], eiser
gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers,
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
gemachtigde: mr. A.S. Poelman.
Procesverloop
Bij besluit van 1 maart 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 maart 2017, tegelijk met de behandeling van het verzoek met nr. AWB 17/4851. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Ter zitting is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De rechtbank doet na afloop van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak. De rechtbank overweegt het volgende.
2. Eiser is een meerderjarige alleenstaande man van Syrische nationaliteit. Hij heeft op 14 januari 2017 een asielaanvraag ingediend. Niet in geschil is dat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling hiervan, omdat daar een eerder verzoek om internationale bescherming in behandeling is genomen en dat eiser om die reden aan Duitsland kan worden overgedragen.
3. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat hij psychiatrisch werd behandeld en dat zijn situatie is verslechterd door de omstandigheden waaronder hij in Duitsland is opgevangen.
4. Nu Duitsland de claim van Nederland om eiser terug te nemen heeft aanvaard, moet ervan worden uitgegaan dat eisers asielaanvraag in Duitsland zal worden behandeld met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen, waaronder de Opvangrichtlijn. Dit houdt in dat hij voor zover nodig aanspraak maakt op medische voorzieningen. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat dit in eisers geval anders zal zijn. Eiser heeft zijn gestelde slechte ervaringen niet onderbouwd en ook overigens is niet gebleken van redenen om aan te nemen dat de opvangvoorzieningen in Duitsland te kort schieten.
5. Voor zover eiser meent dat Duitsland zijn verplichtingen jegens hem onvoldoende naleeft, dient hij hierover in Duitsland te klagen.
6. Het beroep is derhalve ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.E. Paulus, griffier, op 16 maart 2017.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.