Vreemdelingenrecht
Mondelinge uitspraak, Dublin, Litouwen, beroep niet-ontvankelijk, mob.
Rechtbank Den Haag, 28 februari 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:2438 · Rechtbank Den Haag · 28 februari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbdha-2018-2438
Zaakgegevens
Op 28 februari 2018 heeft de Rechtbank Den Haag in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 28 februari 2018
- Datum publicatie
- 2 maart 2018
- Zaaknummer
- NL18.2168
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2018:2438
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mondelinge uitspraak, Dublin, Litouwen, beroep niet-ontvankelijk, mob.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.2168
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 28 februari 2018 in de zaak tussen
[naam] , eiser
(gemachtigde: mr. A. Heida),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).
Procesverloop
Bij besluit van 31 januari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.2169, plaatsgevonden te Breda op 28 februari 2018. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Ter zitting is gebleken dat verweerder de Litouwse autoriteiten bij brief van 21 februari 2018 heeft geïnformeerd dat de overdracht van verzoeker niet kan worden uitgevoerd binnen de vastgestelde termijn, omdat verzoeker is verdwenen.
3. De gemachtigde van eiser heeft ter zitting verklaard dat zij op 7 februari 2018 voor het laatst contact heeft gehad met eiser. Zij heeft hem een uitnodiging voor de zitting gestuurd, maar hij is zonder bericht niet verschenen. Zij heeft sindsdien ook telefonisch geen contact met eiser gehad.
4. De rechtbank staat voor de vraag of eiser ontvankelijk is in zijn beroep. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 januari 2014 (ECLI:NL: RVS:2014:183) blijkt dat, indien de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk bezochte bescherming in Nederland. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep.
5. Uit de omstandigheden dat eiser sinds 7 februari 2018 geen contact meer heeft gehad met zijn gemachtigde en deze gemachtigde daar geen adequate verklaring voor kan geven, dat eiser blijkens de voornoemde brief van 21 februari 2018 is “verdwenen” en dat eiser vandaag ter zitting niet is verschenen concludeert de rechtbank dat het er voor moet worden gehouden dat hij met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Toekoen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2018.
|
griffier |
rechter |
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.