Vreemdelingenrecht
China, vreemdelingenbewaring, zicht op uitzetting. Informatie wob-beslissing 20 juni 2013 Verweerder heeft op…
Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2013
ECLI:NL:RBDHA:2013:14191 · Rechtbank Den Haag · 21 oktober 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2013-14191
Zaakgegevens
Op 21 oktober 2013 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2013
- Datum publicatie
- 24 oktober 2013
- Zaaknummer
- AWB 13/25431
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2013:14191
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
China, vreemdelingenbewaring, zicht op uitzetting.
Informatie wob-beslissing 20 juni 2013
Verweerder heeft op 20 juni 2013 een beslissing genomen op een verzoek ingevolge de Wet openbaarheid bestuur aangaande het laissez passer (lp)-proces China. Deze beslissing is te vinden op www.dienstterugkeerenvertrek.nl/actueel/wob-verzoeken (gearchiveerd op
26 juni 2013). Uit deze beslissing blijkt onder meer dat er in 2012 en 2013 (tot en met mei) geen door de Chinese autoriteiten gehonoreerde lp-aanvragen zijn geregistreerd. In het licht van deze informatie geeft de rechtbank eiser mee dat het zicht op uitzetting naar China op basis van een lp zeer discutabel is.
Dat laat evenwel onverlet dat eiser zelfstandig naar China kan terugkeren aan de hand van zijn originele paspoort, in welk geval een lp niet nodig is. Voornoemde beslissing geeft er immers blijk van dat in 2012 45 uitzettingen hebben plaatsgevonden en in 2013 vijf.
Een kopie van het paspoort van eiser is voorhanden. Verder blijkt uit het verslag van het vertrekgesprek van 14 augustus 2013 dat eiser zijn paspoort in 2010 terug heeft gekregen van de vreemdelingenpolitie. Dit levert een concrete aanwijzing op voor de veronderstelling dat eiser het originele exemplaar in zijn bezit heeft. Eiser heeft tot op heden niet aannemelijk gemaakt dat hij niet (meer) over dit originele exemplaar beschikt of kan beschikken. Hij heeft in dit verband slechts verklaard dat hij dit document is kwijtgeraakt. Deze verklaring heeft eiser echter niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld aan de hand van een aangifte van vermissing. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiser onvoldoende gevolg heeft gegeven aan de op hem rustende verplichting om mee te werken aan zijn uitzetting, in welk verband van hem verwacht mag worden dat hij helderheid verschaft over zijn originele paspoort.
Gelet op het vorenstaande is het zicht op uitzetting sterk afhankelijk van de opstelling van eiser. Er is echter geen aanleiding voor het oordeel dat dit zicht thans geheel ontbreekt.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 13/25431
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 oktober 2013
inzake
[eiser] geboren op [geboortedatum], van Chinese nationaliteit, eiser,
gemachtigde mr. R.W. Koevoets,
tegen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
gemachtigde G.I. Ramsaroep.
Procesverloop
Op 8 augustus 2013 is eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 30 augustus 2013 is het eerste beroep strekkende tot opheffing van de vreemdelingenbewaring ongegrond verklaard.
Eiser heeft op 30 september 2013 beroep ingesteld tegen het voortduren van de vrijheidsontneming. Voorts heeft hij om schadevergoeding verzocht.
Naar aanleiding van het beroep heeft verweerder op 2 oktober 2013 een voortgangsrapportage ingezonden. Eiser heeft hierop gereageerd bij fax van 3 oktober 2013.
Het beroep is behandeld op de zitting van 15 oktober 2013. Eiser en zijn gemachtigde waren afwezig met bericht van verhindering. Verweerder is verschenen bij gemachtigde.
Overwegingen
Eiser betwist het zicht op uitzetting naar China.
Verweerder heeft op 20 juni 2013 een beslissing genomen op een verzoek ingevolge de Wet openbaarheid bestuur aangaande het laissez passer (lp)-proces China. Deze beslissing is te vinden op www.dienstterugkeerenvertrek.nl/actueel/wob-verzoeken (gearchiveerd op
26 juni 2013). Uit deze beslissing blijkt onder meer dat er in 2012 en 2013 (tot en met mei) geen door de Chinese autoriteiten gehonoreerde lp-aanvragen zijn geregistreerd. In het licht van deze informatie geeft de rechtbank eiser mee dat het zicht op uitzetting naar China op basis van een lp zeer discutabel is.
Dat laat evenwel onverlet dat eiser zelfstandig naar China kan terugkeren aan de hand van zijn originele paspoort, in welk geval een lp niet nodig is. Voornoemde beslissing geeft er immers blijk van dat in 2012 45 uitzettingen hebben plaatsgevonden en in 2013 vijf.
Een kopie van het paspoort van eiser is voorhanden. Verder blijkt uit het verslag van het vertrekgesprek van 14 augustus 2013 dat eiser zijn paspoort in 2010 terug heeft gekregen van de vreemdelingenpolitie. Dit levert een concrete aanwijzing op voor de veronderstelling dat eiser het originele exemplaar in zijn bezit heeft. Eiser heeft tot op heden niet aannemelijk gemaakt dat hij niet (meer) over dit originele exemplaar beschikt of kan beschikken. Hij heeft in dit verband slechts verklaard dat hij dit document is kwijtgeraakt. Deze verklaring heeft eiser echter niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld aan de hand van een aangifte van vermissing. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiser onvoldoende gevolg heeft gegeven aan de op hem rustende verplichting om mee te werken aan zijn uitzetting, in welk verband van hem verwacht mag worden dat hij helderheid verschaft over zijn originele paspoort.
Gelet op het vorenstaande is het zicht op uitzetting sterk afhankelijk van de opstelling van eiser. Er is echter geen aanleiding voor het oordeel dat dit zicht thans geheel ontbreekt. Ook overigens is de rechtbank van oordeel, gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting, dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de bewaring niet in strijd is met de
Vw 2000.
Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard. Gelet hierop zal voorts het verzoek tot schadevergoeding worden afgewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling
Beslist wordt als volgt.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek tot schadevergoeding af.
Aldus gedaan door mr. R.J.A. Schaaf als rechter in tegenwoordigheid van P. Bijen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2013.