Vreemdelingenrecht
mondelinge uitspraak, AA-procedure, Dublin Italië, Tarakhel-arrest, kwetsbare groep, garanties voorafgaande…
Rechtbank Den Haag, 4 december 2014
ECLI:NL:RBDHA:2014:15970 · Rechtbank Den Haag · 4 december 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2014-15970
Zaakgegevens
Op 4 december 2014 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 4 december 2014
- Datum publicatie
- 23 december 2014
- Zaaknummer
- 14 / 26069 - 14 / 26067
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2014:15970
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
mondelinge uitspraak, AA-procedure, Dublin Italië, Tarakhel-arrest, kwetsbare groep, garanties voorafgaande aan de overdracht, onzorgvuldige voorbereiding.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 14/26069 (vovo) en 14/26067 (beroep)
V-nummer: [nummer]
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken van 4 december 2014 in de zaak tussen
[naam], eiseres,
gemachtigde: mr. S. Zwiers,
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
gemachtigde: mr. L. van Es.
Procesverloop
Bij besluit van 13 november 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres, geboren op [geboortedag]1980 en van Eritrese nationaliteit, afgewezen omdat Italië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag.
Op 18 november 2014 heeft eiseres tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorziening te treffen die ertoe strekt de uitzetting achterwege te laten totdat op het beroep is beslist.
Verweerder heeft bij brief van 2 december 2014 aan de rechtbank het volgende meegedeeld. Onder verwijzing naar het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) inzake Tarakhel tegen Zwitserland, van 4 november 2014 (nr. 29217/12), handhaaft verweerder het bestreden besluit. Wél zullen aan de Italiaanse autoriteiten individuele garanties worden gevraagd die erop toezien dat aan eiseres passende opvang zal worden geboden. De wijze waarop deze garanties kunnen worden verkregen is nog onderwerp van gesprek met de Italiaanse autoriteiten. Verweerder verzet zich niet tegen toewijzing van het verzoeken om voorlopige voorziening en verzoekt de behandeling van het beroep aan te houden tot het moment dat van de Italiaanse autoriteiten de garanties zijn ontvangen dat aan eiseres passende opvang zal worden geboden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 december 2014. Eiseres is verschenen bij mr. H.E. Visscher, kantoorgenote van de gemachtigde van eiseres. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet na afloop van het onderzoek ter zitting mondeling uitspraak. Nu nader onderzoek niet kan bijdragen aan beoordeling van de zaak, wordt met toepassing van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onmiddellijk op het beroep beslist. Daartoe wordt als volgt overwogen.
2. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres thans hoogzwanger is en dat zij begin januari 2015 is uitgerekend. Overdracht van eiseres aan Italië is tot zes weken na de bevalling niet aan de orde. Hiermee staat vast dat eiseres behoort tot de groep kwetsbare personen zoals bedoeld in het Tarakhel-arrest van het EHRM van 4 november 2014.
3. Verweerder dient ingevolge het Tarakhel-arrest bij personen die behoren tot een kwetsbare groep, voorafgaande aan overdracht garanties te vragen van Italië over passende opvangvoorzieningen. Verweerder heeft hierover noch in het bestreden besluit, noch bij de behandeling ter zitting duidelijkheid geboden. Verweerder heeft slechts opgemerkt dat er tussen Nederland en Italië overleg gaande is over de vraag welke garanties de Italiaanse autoriteiten kunnen bieden en hoe beide landen hiermee om dienen te gaan. Het betreft derhalve overleg hoe in zijn algemeenheid omgegaan dient te worden met de voorwaarden zoals die in het Tarakhel-arrest naar voren komen. Verweerder heeft geen enkele duidelijkheid kunnen geven omtrent garanties van de Italiaanse autoriteiten over de opvang van eiseres en haar (thans nog ongeboren) baby in Italië. Verweerder had zich hiervan moeten vergewissen alvorens een besluit te nemen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder het bestreden besluit daarom onzorgvuldig voorbereid.
4. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit zal worden vernietigd wegens schending van artikel 3:2 van de Awb.
5. Gelet op de gegrondverklaring van het beroep ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
6. Er bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiseres. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter vast op € 1.461,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 487,- en wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
-
verklaart het beroep gegrond;
-
vernietigt het bestreden besluit;
-
bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt;
-
veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.461,-(veertienhonderdeenenzestig euro), te betalen aan eiseres;
-
wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Valk, griffier, op 4 december 2014.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending van het
proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.