Vreemdelingenrecht
Dublin Italië, beroep ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 27 oktober 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:12582 · Rechtbank Den Haag · 27 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2017-12582
Zaakgegevens
Op 27 oktober 2017 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2017
- Datum publicatie
- 31 oktober 2017
- Zaaknummer
- NL17.9847
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2017:12582
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin Italië, beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL17.9847
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 oktober 2017 in de zaak tussen
[eiser], eiser
(gemachtigde: mr. N. Birrou),
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, thans de minister van Veiligheid en Justitie, verweerder
(gemachtigde: drs. J.D. Albarda).
Procesverloop
Bij besluit van 28 september 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft ter zitting gemotiveerd verweer gevoerd.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL17.9848, plaatsgevonden op 19 oktober 2017. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1998 en de Guinese nationaliteit te hebben. Eiser heeft op 12 mei 2017 een asielaanvraag ingediend.
2. Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 29 juni 2016 de buitengrens van de lidstaten die gebonden zijn aan Verordening (EU) 603/2013 (Eurodacverordening) op illegale wijze heeft overschreden via Italië. Verder is gebleken dat eiser op 5 september 2016 in Italië en op 3 januari 2017 in Duitsland een asielverzoek heeft ingediend. Op 14 juni 2017 zijn de Italiaanse autoriteiten gevraagd om eiser terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van Verordening (EU) 604/2013 (Dublinverordening). Zij hebben hier op 12 juli 2017 mee ingestemd.
3. Verweerder heeft zich terecht, onder verwijzing naar relevante jurisprudentie, op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een wezenlijk ander beeld van de situatie in Italië, waardoor er nog steeds uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in het verleden slachtoffer is geworden van een door artikel 4 van het Handvest van de EU verboden behandeling. Ook heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij geen hulp zou kunnen inschakelen van de Italiaanse autoriteiten bij problemen. Dat verweerder zou moeten motiveren waaruit blijkt dat hij wel kan klagen bij de autoriteiten ziet de rechtbank niet in. Eiser heeft voorts niet aannemelijk gemaakt waarom in zijn geval aanvullende garanties geboden zouden dienen te worden. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het bestreden besluit afdoende heeft gemotiveerd. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.
4. Het beroep is ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. C.E.B. Davis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2017.
|
griffier |
rechter |
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: