Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 14 juli 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:8495 · Rechtbank Den Haag · 14 juli 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2017-8495
Zaakgegevens
Op 14 juli 2017 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 14 juli 2017
- Datum publicatie
- 28 juli 2017
- Zaaknummer
- NL17.4041
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2017:8495
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin Portugal
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats 's-Gravenhage
Bestuursrecht
zaaknummer: NL17.4041
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juli 2017 in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
(gemachtigde: mr. R.L.J. Reijnen),
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
(gemachtigde: mr. A.H. Noordeloos).
Procesverloop
Bij besluit van 28 juni 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juli 2017. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen ter zitting. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser heeft op 5 maart 2017 een asielaanvraag ingediend. Uit Eurodac is gebleken dat eiser in Italië op 27 oktober 2015 en in Portugal op 1 maart 2016 een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Verweerder heeft op grond van artikel 34 van Verordening (EU) 604/2013 (de Dublinverordening) een onderzoek opgestart. Uit dit onderzoek is gebleken dat eiser vanuit Italië op grond van relocatie aan Portugal is overgedragen en dat hij aldaar in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning welke op 21 september 2016 is verlengd.
2. De rechtbank overweegt als volgt.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht is uitgegaan van de meerderjarigheid van eiser. Eiser heeft geen authentieke identificerende documenten overgelegd waarmee hij zijn gestelde minderjarigheid onderbouwd. Ook heeft eiser in Italië verklaard dat hij op [geboortedatum] 1997 is geboren en daarbij een andere naam opgegeven. Eiser is dan ook in Italië geregistreerd als meerderjarige. Dat eiser tijdens het gehoor een doopakte heeft overhandigd maakt deze conclusie niet anders. Dit kerkelijk doopcertificaat kan immers niet worden aangemerkt als een identificerend document zoals omschreven in paragraaf C1/4.3 van de Vreemdelingencirculaire. Verweerder heeft dan ook terecht geen leeftijdsonderzoek ingesteld. De beroepsgrond slaagt niet.
Voor zover de gemachtigde van eiser stelt dat hij niet heeft kunnen reageren op de stelling dat Portugal een verblijfsrecht zou hebben verleend omdat hij essentiële dossierstukken niet zouden hebben ontvangen, is de rechtbank van oordeel dat dit niet kan leiden tot een gegrond beroep. Eiser heeft ook in de beroepsfase geen onderbouwing gegeven voor zijn stelling dat hij in Portugal geen verblijfsrecht zou hebben en hij en zijn gemachtigde hebben van de mogelijkheid om het een en ander ter zitting toe te lichten geen gebruik gemaakt.
3. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Verwilligen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2017.