Vreemdelingenrecht
Dublin Frankrijk, (transit)visum afgegeven door Frankrijk, beroep ongegrond
Rechtbank Den Haag, 30 maart 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:3705 · Rechtbank Den Haag · 30 maart 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2018-3705
Zaakgegevens
Op 30 maart 2018 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 30 maart 2018
- Datum publicatie
- 30 maart 2018
- Zaaknummer
- NL18.4238
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2018:3705
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin Frankrijk, (transit)visum afgegeven door Frankrijk, beroep ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats 's-Gravenhage
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.4238
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2018 in de zaak tussen
[eiser], eiser
(gemachtigde: mr. C.H. van den Berg),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. E. Groenendijk).
Procesverloop
Bij besluit van 1 maart 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser van 19 december 2017 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen L. Makaddam. Tevens is de neef van eiser verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser heeft de Syrische nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] 1972.
2. Verweerder heeft de aanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Uit onderzoek in EU-Vis is gebleken dat eiser op 8 november 2017 door de buitenlandse vertegenwoordiging van Frankrijk te Amman, Jordanië, in het bezit is gesteld van een Schengenvisum, geldig van 18 november 2017 tot 17 december 2017, voor de duur van vijf dagen. Het verzoek om overname dat verweerder bij Frankrijk heeft gedaan op grond van artikel 12, vierde lid, van verordening (EU) 604/2013 (de Dublinverordening), heeft Frankrijk op 12 januari 2018 aanvaard.
Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Primair betwist hij dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag. Het visum dat Frankrijk heeft afgegeven betreft enkel een transitvisum, geldig als doorreis door de internationale transitzone en derhalve niet voor toegang tot het grondgebied van Frankrijk.
Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat uit EU-Vis is gebleken dat eiser in het bezit is gesteld van een Schengenvisum en dat eiser niet onderbouwd heeft dat zijn visum slechts een transitvisum betrof.
De rechtbank stelt vast dat Frankrijk op het verzoek om de behandeling van het asielverzoek over te nemen heeft beslist terwijl het bekend was met het feit dat eiser een Schengenvisum/transit had. De rechtbank overweegt dat de Dublinverordening geen aanknopingspunten biedt om onderscheid te maken tussen soorten visa bij vaststelling van het land dat verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming. De rechtbank vindt steun voor deze overweging in artikel 12, derde lid, van de Verordening.
4 De grond die eiser subsidiair naar voren heeft gebracht – dat zijn neef in Nederland afhankelijk van hem is – kan niet slagen nu die onvoldoende is onderbouwd.
5 Het voorgaande leidt tot ongegrondverklaring van het beroep.
6 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Pluymaekers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2018.
|
griffier |
rechter |
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: