Vreemdelingenrecht
mondelinge uitspraak, Algerijse nationaliteit, relaas ongeloofwaardig, veilig land herkomst, beroep ongegrond
Rechtbank Den Haag, 8 februari 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:3811 · Rechtbank Den Haag · 8 februari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2018-3811
Zaakgegevens
Op 8 februari 2018 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 8 februari 2018
- Datum publicatie
- 4 april 2018
- Zaaknummer
- NL18.1334
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2018:3811
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
mondelinge uitspraak, Algerijse nationaliteit, relaas ongeloofwaardig, veilig land herkomst, beroep ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.1334
proces verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
8 februari 2018 in de zaak tussen
[naam] , eiser
(gemachtigde: mr. P.Th. van Alkemade),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. J.J.F.M. van Raak).
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 18 januari 2018 (het bestreden besluit).
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.1335, plaatsgevonden op 8 februari 2018. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Eiser heeft op 4 januari 2018 een asielaanvraag ingediend. Daarbij heeft hij gesteld te zijn geboren op [geboortedatum] en de Algerijnse nationaliteit te bezitten.
2. Zijn asielaanvraag is kennelijk ongegrond verklaard, omdat eisers asielrelaas ongeloofwaardig is en Algerije voor eiser een veilig land van herkomst is. Tevens is aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
3. Voor zover eiser in beroep heeft aangevoerd dat verweerder ten onrechte van de Algerijnse nationaliteit uitgaat, overweegt de rechtbank dat verweerder hiervoor is afgegaan op de eigen verklaringen van eiser. Eiser heeft niet onderbouwd waarom hij de Algerijnse nationaliteit niet bezit.
4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder niet ten onrechte geoordeeld dat eisers relaas niet geloofwaardig is. Verweerder heeft daarbij terecht overwogen dat eiser zijn gestelde aangifte bij de Algerijnse politie en ziekenhuisbehandeling in Algerije niet heeft onderbouwd met documenten. Nu deze documenten de kern van eisers asielmotieven raken, wordt eiser niet gevolgd in zijn stelling dat hij niet kon weten dat hij deze diende mee te nemen. Daarnaast heeft verweerder terecht overwogen dat niet is gebleken van inspanningen van de zijde van eiser om alsnog aan bedoelde documenten te komen. Verder heeft verweerder terecht overwogen dat eiser summier en inconsistent en dus niet overtuigend heeft verklaard over zijn problemen in Algerije.
5. Nu eisers asielrelaas ongeloofwaardig is en Algerije geldt als een veilig land van herkomst, heeft verweerder de aanvraag terecht kennelijk ongegrond verklaard.
6. Tegen het inreisverbod zijn geen gronden geformuleerd.
7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.E. Paulus, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2018.
|
griffier |
rechter |
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: