Vreemdelingenrecht

Beroep niet-ontvankelijk, geen beroepsgronden Samenvatting: Bij brief van 31 oktober 2019 heeft mr. F…

Rechtbank Den Haag, 5 december 2019

Zaakgegevens

Op 5 december 2019 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
5 december 2019
Datum publicatie
13 december 2019
Zaaknummer
NL18.22805
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2019:13384
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep niet-ontvankelijk, geen beroepsgronden

Samenvatting:

Bij brief van 31 oktober 2019 heeft mr. F. Ben-Saddek meegedeeld dat hij niet langer optreedt als de gemachtigde van eiser en zich aan de beroepsprocedure onttrekt. Hij heeft geen beroepsgronden ingediend. Omdat er geen nieuwe gemachtigde bekend is, heeft de rechtbank eiser zelf aangeschreven op het bij de rechtbank laatst bekende adres. De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief van 13 november 2019 gevraagd of hij het beroep wil voortzetten en of hij een nieuwe gemachtigde heeft. Deze brief is bij de rechtbank retour gekomen met de mededeling dat eiser onbekend is op dit adres en onbekend op deze locatie. Omdat er geen beroepsgronden zijn ingediend en er geen geldige reden is waarom dit niet is gedaan, mag de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.22805

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudig kamer van 5 december 2019 in de zaak tussen

[eiser] , geboren op [1986] , van Marokkaanse nationaliteit, eiser

V-nummer: [V-nummer]

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Jansen).

Procesverloop

Bij besluit van 26 november 2018 heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.

Eiser heeft tegen het besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 december 2019. Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Iemand die in beroep gaat moet zeggen waarom hij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Dat is anders als er een geldige reden is waarom er geen beroepsgronden zijn ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.

2. Namens eiser is door zijn gemachtigde, mr. F. Ben-Saddek digitaal een beroepschrift ingediend waarmee wordt opgekomen tegen het bestreden besluit. In het beroepschrift zijn geen beroepsgronden vermeld. Met het bericht van 3 oktober 2019 is de gemachtigde op dit verzuim gewezen en in de gelegenheid gesteld de gronden binnen vier weken toe te sturen. Daarbij is erop gewezen dat indien van deze gelegenheid geen gebruik wordt maakt, het beroep niet-ontvankelijk verklaard kan worden.

3. Bij brief van 31 oktober 2019 heeft mr. F. Ben-Saddek meegedeeld dat hij niet langer optreedt als de gemachtigde van eiser en zich aan de beroepsprocedure onttrekt. Hij heeft geen beroepsgronden ingediend.

4. Omdat er geen nieuwe gemachtigde bekend is, heeft de rechtbank eiser zelf aangeschreven op het bij de rechtbank laatst bekende adres. De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief van 13 november 2019 gevraagd of hij het beroep wil voortzetten en of hij een nieuwe gemachtigde heeft. Deze brief is bij de rechtbank retour gekomen met de mededeling dat eiser onbekend is op dit adres en onbekend op deze locatie.

5. Omdat er geen beroepsgronden zijn ingediend en er geen geldige reden is waarom dit niet is gedaan, mag de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaan geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Michon, rechter, in aanwezigheid van mr. R.D.A. van Veghel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 december 2019.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.