Vreemdelingenrecht
buiten zitting, beroep niet-ontvankelijk, m.o.b. vertrokken
Rechtbank Den Haag, 5 februari 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:1697 · Rechtbank Den Haag · 5 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2019-1697
Zaakgegevens
Op 5 februari 2019 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 5 februari 2019
- Datum publicatie
- 26 februari 2019
- Zaaknummer
- NL18.23942
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2019:1697
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
buiten zitting, beroep niet-ontvankelijk, m.o.b. vertrokken
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.23942
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
(gemachtigde: mr. S.A.M. Fikken),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 10 december 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift met bijlage ingediend.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.
Overwegingen
1. Eiser is van Tunesische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] . Hij heeft op 24 november 2018 een asielaanvraag ingediend.
2. Uit dossierinformatie blijkt dat eiser op 16 januari 2019 de asielopvang heeft verlaten. De gemachtigde van eiser heeft verklaard dat hij van het Centraal orgaan opvang asielzoekers heeft vernomen dat eiser op voormelde datum met onbekende bestemming is vertrokken, dat eiser sinds zijn vertrek geen contact meer met hem heeft gezocht en dat hij ook niet weet waar hij momenteel verblijft.
3. Op grond van deze feiten en omstandigheden concludeert de rechtbank dat eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep.
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. de Keuning, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.