Vreemdelingenrecht
Uitspraak zonder onderzoek op zitting. Beroep niet-ontvankelijk. Gronden te laat ingediend. Geen…
Rechtbank Den Haag, 8 februari 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:1816 · Rechtbank Den Haag · 8 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2019-1816
Zaakgegevens
Op 8 februari 2019 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 8 februari 2019
- Datum publicatie
- 28 februari 2019
- Zaaknummer
- NL18.24396
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2019:1816
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak zonder onderzoek op zitting. Beroep niet-ontvankelijk. Gronden te laat ingediend. Geen verschoonbare reden.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.24396
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
(gemachtigde: mr. E.W.B. van Twist),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. E. Sweerts).
Procesverloop
Bij besluit van 18 december 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.
Overwegingen
1. Eiser heeft op 18 december 2018 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Omdat het beroepschrift geen gronden bevat, is aan eiser bij mededeling van 18 december 2018, op die datum opgenomen in het digitale dossier, de gelegenheid geboden dit verzuim te herstellen binnen vijf werkdagen na de dag van verzending van dat bericht. De laatste dag waarop gronden konden worden ingediend was 27 december 2018. Eiser heeft op 1 januari 2019, dus na afloop van de termijn, gronden ingediend.
2. Bij mededeling van 29 januari 2019 is eiser de gelegenheid geboden zich over de (reden van de) termijnoverschrijding uit te laten. Bij bericht van 1 februari 2019 heeft de gemachtigde van eiser verklaard dat hij op het moment van het herstelverzuimbericht wegens vakantie afwezig was. Na terugkomst van vakantie zag hij dat er een vijfdagentermijn gegeven was en dat deze termijn verstreken was. Hij heeft toen alsnog de gronden ingediend.
3. De rechtbank is van oordeel dat uit de door de gemachtigde van eiser genoemde feiten en omstandigheden niet kan worden afgeleid dat de termijnoverschrijding verontschuldigbaar is. Omdat het bestreden besluit een niet-ontvankelijkverklaring inhoudt van een opvolgende asielaanvraag, had de gemachtigde van eiser rekening moeten houden met een korte termijn voor het indienen van beroepsgronden. Dat hij op het moment van ontvangst van het herstelverzuimbericht wegens vakantie afwezig was, zonder dat er afdoende voor waarneming was gezorgd, komt voor zijn rekening en risico.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.