Vreemdelingenrecht
mondelinge usp, Dublin, Italië, in Fr. als meerderjarig geregistreerd, beroep ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 14 februari 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:3062 · Rechtbank Den Haag · 14 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2019-3062
Zaakgegevens
Op 14 februari 2019 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 14 februari 2019
- Datum publicatie
- 28 maart 2019
- Zaaknummer
- NL19.82
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2019:3062
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
mondelinge usp, Dublin, Italië, in Fr. als meerderjarig geregistreerd, beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL19.82
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
(gemachtigde: mr. W.N. van der Voet),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Pijnenburg).
Procesverloop
Bij besluit van 3 januari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.83, plaatsgevonden op 14 februari 2019. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen N. Al Wandawi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Eiser is een alleenstaande man die stelt van Soedanese nationaliteit te zijn. Hij heeft op 6 augustus 2018 in Nederland asiel aangevraagd.
2. Verweerder heeft de aanvraag niet in behandeling genomen omdat Italië in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag, omdat eiser via dat land de Europese Unie is binnengekomen. Nederland heeft bij Italië een verzoek om overname gedaan. Met het claimakkoord van 11 oktober 2018 hebben de Italiaanse autoriteiten gegarandeerd om eisers verzoek om internationale bescherming in behandeling te nemen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Dit is de juridische grondslag om aan te nemen dat Italië zich tegenover eiser zal houden aan zijn internationale verplichtingen.
3. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat eiser zich in Frankrijk als meerderjarige heeft gepresenteerd. Italië is hierover geïnformeerd en heeft ingestemd met de overname van eiser. Verder heeft eiser een M-35 formulier getekend waarop staat vermeld dat eiser geboren is op [geboortedatum] . Verweerder heeft gelet hierop geen leeftijdsonderzoek hoeven doen uitvoeren. De stelling in het beroepschrift dat eiser mogelijk niet wist dat hij tekende voor zijn meerderjarigheid, rijmt niet met zijn verklaring ter zitting dat hij vooraf op de aangenomen meerderjarigheid is gewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de zittingsplaats Groningen te volgen en neemt daarbij nog in aanmerking dat moet worden aangenomen dat eiser ten tijde van zijn registratie in Frankrijk al ruim 17 jaar oud was en zich bewust heeft gepresenteerd als meerderjarige. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de zaak aan te houden zoals door eiser is verzocht.
4. Het beroep is ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier, op 14 februari 2019.
Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.