Vreemdelingenrecht
Asiel – eisers MOB – geen procesbelang – beroep niet-ontvankelijk
Rechtbank Den Haag, 19 maart 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:3977 · Rechtbank Den Haag · 19 maart 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2019-3977
Zaakgegevens
Op 19 maart 2019 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 19 maart 2019
- Datum publicatie
- 23 april 2019
- Zaaknummer
- NL18.136, NL18.137, NL17.15181, NL17.15183 en NL17
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2019:3977
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Asiel – eisers MOB – geen procesbelang – beroep niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: NL18.136, NL18.137, NL17.15181, NL17.15182, NL17.15183 en NL17.15184
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam eiser] , geboren op [geboortedatum 1] 1965, eiser,
[naam eiseres] , geboren op [geboortedatum 2] 1976, eiseres
en hun kinderen,
[kind 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2002,
[kind 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2008,
[kind 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2009,
[kind 4] , geboren op [geboortedatum 3] 2012,
[kind 5] , geboren op [geboortedatum 3] 2014,
allen van Syrische nationaliteit, tezamen eisers,
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: C. van der Zijde).
Procesverloop
Bij besluit van 18 december 2017 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder de aanvragen van eiseres en de kinderen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Bij besluit van 28 december 2017 (het bestreden besluit 2) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.
Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Eisers hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorziening te treffen die ertoe strekt om, totdat op de beroepen is beslist, uitzetting naar Griekenland te voorkomen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 maart 2019. Partijen zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.
Overwegingen
1. Uit Eurodac is gebleken dat eisers in Griekenland een verzoek om in internationale bescherming hebben ingediend en dat zij in Griekenland internationale bescherming genieten.
2. Verweerder heeft de aanvragen niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eisers internationale bescherming genieten in Griekenland. Daarom is volgens verweerder sprake van een zodanige band met Griekenland dat het voor eisers redelijk is om daar heen te gaan. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat Griekenland tegen hen zijn internationale verdragsverplichtingen niet nakomt.
3. Voorafgaand aan de zitting heeft de gemachtigde van eisers laten weten dat hij geen contact meer heeft met eisers. Eisers zijn volgens hun gemachtigde met onbekende bestemming vertrokken. De rechtbank ziet zich dan ook allereerst voor de vraag gesteld of eisers procesbelang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep en overweegt daartoe als volgt.
4. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat als de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, zonder contact te houden met zijn gemachtigde, hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep.
5. Uit wat hiervoor is overwogen, leidt de rechtbank af dat eisers kennelijk geen prijs meer stellen op een inhoudelijke beoordeling van de besluiten en de door hen tegen de besluiten ingestelde rechtsmiddelen. De rechtbank zal de beroepen dan ook niet-ontvankelijk verklaren vanwege het ontbreken van procesbelang. De verzoeken om een voorlopige voorziening worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
In de zaken met nummers NL18.136, NL17.15181 en NL17.15183:
-
verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
In de zaken met nummers NL18.137, NL17.15182 en NL17.15184:
- wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Grundmeijer, griffier.
griffier
rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: