Vreemdelingenrecht
mondelinge uitspraak, mob vertrokken, geen procesbelang, beroep niet-ontvankelijk
Rechtbank Den Haag, 5 februari 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:2706 · Rechtbank Den Haag · 5 februari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2020-2706
Zaakgegevens
Op 5 februari 2020 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 5 februari 2020
- Datum publicatie
- 26 maart 2020
- Zaaknummer
- NL20.356
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2020:2706
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
mondelinge uitspraak, mob vertrokken, geen procesbelang, beroep niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.356
V-nummer: [nummer]
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. R. Jonkman).
Procesverloop
Bij besluit van 30 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.357, plaatsgevonden op 5 februari 2020. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.
2. Bij brief van 1 februari 2020 heeft verweerder de rechtbank geïnformeerd dat eiser sinds 24 januari 2020 staat geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken.
3. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser in de gelegenheid gesteld om te reageren op de brief van verweerder van 1 februari 2020. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank op 3 februari 2020 geïnformeerd dat hij de vragen die de rechtbank hem heeft gesteld niet kan beantwoorden, omdat hij dan zijn beroepsgeheim schendt. Verder heeft de gemachtigde van eiser de rechtbank meegedeeld dat hij niet ter zitting zal verschijnen.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser per 24 januari 2020 staat geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft niet aangegeven wanneer hij voor het laatst contact met eiser heeft gehad en of hij weet of eiser nog in Nederland verblijft. Ook is eiser niet ter zitting verschenen. Gelet hierop concludeert de rechtbank dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op toelating door Nederland. Om die reden heeft eiser niet langer belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
5. Omdat het procesbelang is komen te ontvallen, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier, op 5 februari 2020.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.