Vreemdelingenrecht
Dublin-Italië, Corona-virus, tijdelijk overdrachtsbeletsel, beroep ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 20 mei 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:4518 · Rechtbank Den Haag · 20 mei 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2020-4518
Zaakgegevens
Op 20 mei 2020 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 20 mei 2020
- Datum publicatie
- 22 mei 2020
- Zaaknummer
- NL20.8380
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2020:4518
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin-Italië, Corona-virus, tijdelijk overdrachtsbeletsel, beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.8380
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Jalouqa).
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 1 april 2020 (het bestreden besluit).
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.
Overwegingen
-
Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Gambiaanse nationaliteit. Op 14 december 2019 heeft hij een asielaanvraag ingediend. Bij het bestreden besluit heeft verweerder deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verweerder heeft een terugnameverzoek gedaan bij Italië. Italië heeft hierop niet tijdig gereageerd, waarmee de verantwoordelijkheid van Italië vaststaat.
-
Eiser betoogt dat verweerder de behandeling van zijn asielaanvraag aan zich had moeten trekken. Het had voor verweerder duidelijk moeten zijn dat er geen reële mogelijkheid bestaat om tijdig eisers overdracht naar Italië te realiseren, gelet op de huidige opschorting van overdrachten vanwege het Corona-virus en de grote hoeveelheid vreemdelingen die aan Italië dienen te worden overgedragen. Daarnaast stelt eiser dat er een reëel risico bestaat dat hij na overdracht aan Italië opnieuw onderworpen zal worden aan een vrijheidsontnemende straf of maatregel en dat hij tijdens deze detentie een verhoogd risico loopt op besmetting met het Corona-virus.
-
De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheid dat eiser op dit moment niet kan worden overgedragen aan Italië een tijdelijk, feitelijk overdrachtsbeletsel is. Dit maakt de vaststelling van Italië als de verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig en staat er niet aan in de weg dat, als dat beletsel is opgeheven, eiser in beginsel alsnog kan worden overgedragen. Verweerder hoefde de aanvraag van eiser daarom niet in behandeling te nemen. Eisers betoog dat hij na overdracht gedetineerd zal worden en dan een verhoogd risico zal lopen op besmetting met het Corona-virus, is niet onderbouwd zodat de rechtbank daarin geen aanleiding ziet voor een ander oordeel.
4. Het beroep is ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.