Vreemdelingenrecht

plakvovo bij asielzaak NL20.16010 (ZIE OOK: ECLI:NL:RBDHA:2020:9937)

Rechtbank Den Haag, 9 september 2020

Zaakgegevens

Op 9 september 2020 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
9 september 2020
Datum publicatie
6 oktober 2020
Zaaknummer
NL20.16011
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2020:9936
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

plakvovo bij asielzaak NL20.16010 (ZIE OOK: ECLI:NL:RBDHA:2020:9937)

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.16011

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 september 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummeraanduiding]

(gemachtigde: mr. O.C. Bondam), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.M. van Duren).

Procesverloop

Bij besluit van 19 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.16010, plaatsgevonden op 9 september 2020. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.16010, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 september 2020 door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. de Jong, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

10 september 2020

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: DSR12681907

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.