Vreemdelingenrecht

voorlopige voorziening, afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 3 november 2021

Zaakgegevens

Op 3 november 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
3 november 2021
Datum publicatie
9 november 2021
Zaaknummer
NL21.10815
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:12218
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

voorlopige voorziening, afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.10815


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam 1], verzoeker

v-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. R.P. Duijn),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. Y. Rikken).


Procesverloop

Bij besluit van 1 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL21.10814, op 7 oktober 2021 te Breda op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en zijn voogd van [naam 2]. Als tolk is verschenen K. Tohouss. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 22 oktober 2021, zaaknummer NL21.10814, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.


Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.S.D.C.J. Verheezen, griffier, en bekendgemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000.