Vreemdelingenrecht
COA, Rva-verstrekkingen, geen procesbelang, niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 18 februari 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:15190 · Rechtbank Den Haag · 18 februari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2021-15190
Zaakgegevens
Op 18 februari 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 18 februari 2021
- Datum publicatie
- 12 januari 2022
- Zaaknummer
- AWB 20/4446 en AWB 20/4447
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15190
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
COA, Rva-verstrekkingen, geen procesbelang, niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: AWB 20/4446 en AWB 20/4447
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van 18 februari 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres/verzoekster,
en haar minderjarige kinderen:
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3]
V-nummers: [V nummer 1] , [V nummer 2] , [V nummer 3] en [V nummer 4] ,
tezamen te noemen: eisers/verzoekers
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder
(gemachtigde: mr. J.J.F.M. van Raak).
Procesverloop
Bij besluit van 28 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de verstrekkingen aan eisers/verzoekers (hierna te noemen: eisers) op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) met ingang van 27 april 2020 beëindigd. Verder is het verzoek om continuering van de opvang afgewezen.
Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 januari 2021. Eisers en hun gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
-
Eiseres/verzoekster (hierna te noemen: eiseres) heeft in verband met zwangerschap uitstel van vertrek gekregen op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) van 13 februari 2020 tot zes weken na haar bevalling. Dit uitstel van vertrek geldt tevens voor haar kinderen. Eiseres is op 17 februari 2020 bevallen van een dochter. Tot en met 30 maart 2020 is daarom de periode van uitstel van vertrek op eisers van toepassing geweest.
-
Verweerder heeft in het bestreden besluit de Rva-verstrekkingen van eisers beëindigd per 27 april 2020. Van 13 februari 2020 tot en met 30 maart 2020 hebben eisers rechtmatig verblijf gehad. Het recht op opvang eindigt vier weken nadat het rechtmatig verblijf is geëindigd, dus op 27 april 2020. In het bestreden besluit heeft verweerder opgemerkt dat er een coulanceregeling geldt vanwege het coronavirus, waardoor de Rva-verstrekkingen pas worden beëindigd zodra de coulanceregeling eindigt.
3. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eisers procesbelang hebben bij het beroep. In zijn verweerschrift heeft verweerder opgemerkt dat eiseres zich op 2 juni 2020 en 9 juni 2020 niet heeft gehouden aan de meldplicht en op 10 juni 2020 is geregistreerd als ‘met onbekende bestemming’ vertrokken. Eiseres heeft in haar beroepsschrift opgemerkt dat aan haar per 22 juni 2020 een verblijfsrecht op grond van het arrest Chavez-Vilchez is toegekend.
4. Ter zitting heeft verweerder gesteld dat van belang is dat eiseres er zelf voor heeft gekozen de opvang te verlaten met haar kinderen en dat de Rva-verstrekkingen van eisers nog liepen en zouden zijn doorgelopen als eisers de opvang niet verlaten zouden hebben. Verweerder stelt zich daarom op het standpunt dat eisers geen procesbelang meer hebben.
5. De rechtbank kan uit de voormelde omstandigheden niet anders concluderen dan dat eisers geen rechtens te beschermen belang meer hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het door hen ingestelde beroep. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Eisers zijn op 10 juni 2020 met onbekende bestemming vertrokken vanaf de opvanglocatie, tot dat moment hebben zij op basis van de voornoemde coulanceregeling verstrekkingen ontvangen. Daarnaast geldt dat eisers, indien zij niet waren vertrokken, nog onder de coulanceregeling zouden zijn blijven vallen. Nu eisers met onbekende bestemming uit de opvanglocatie zijn vertrokken stellen zij kennelijk niet langer prijs op de Rva-verstrekkingen. De rechtbank volgt verweerder daarom in zijn standpunt dat eisers geen procesbelang meer hebben. De rechtbank verklaart het beroep daarom nietontvankelijk.
6. Gegeven de beslissing in de hoofdzaak is er geen grond meer voor het treffen van de verzochte voorlopige voorziening, zodat het verzoek wordt afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Reijnierse, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. E. Diele, griffier. De beslissing is uitgesproken op 18 februari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan, voor zover het beroep betreft, binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.